Gog en Magog

De profeet Ezechiël profeteerde in de zesde eeuw voor Christus over strijd van Gog en Magog. Deze twee namen worden ook genoemd in de profetie die aan Johannes is gegeven die bekend is als de Openbaring.

Een van de moeilijke dingen in de profetische teksten is dikwijls dat de informatie over gebeurtenissen enorm door elkaar heen loopt. Ik zou willen dat ik het eenvoudig kon maken, maar helaas. De vraag is:

Vindt de ‘Ezechiël oorlog’ (waarin wordt gesproken over Gog en Magog) plaats

  1. voor de grote verdrukking
  2. na de grote verdrukking
  3. of na het Duizendjarige rijk?

Nu zal de geïnteresseerde leek al direct denken: waar hebben we het nu over met ‘grote verdrukking’.
Ik zal nog wel eens beter grondiger uitwerken wat hiermee bedoelt wordt. In het kort is de grote verdrukking een periode vlak voor het einde van de huidige tijd hier op aarde. Aan het einde van die tijd komt Christus terug en breekt er een nieuwe periode aan.

Gog en Magog

In Ezechiël 38-39 wordt uitgebreid geprofeteerd over Gog de grootvorst van Magog. Gog zal volgens die tekst aan het hoofd van vele volken, Israël binnenvallen. Deze zaken worden beschreven na een profetie over het herstel van Israël in hoofdstuk 37. Na de beschrijving van de inval van Gog wordt er vanaf hoofdstuk 40 tot het einde van de profetie van Ezechiël in hoofdstuk 48, een beschrijving gegeven van de nieuwe tempel in Jeruzalem. Bij het lezen van deze hoofdstukken wordt duidelijk dat dit alles zal plaatsvinden aan het einde van de tijd op aarde. Deze tijd staat ook wel bekend als de ‘eindtijd’. 

Er worden echter nog meer zaken beschreven in de Bijbel die betrekking hebben op de eindtijd. De vraag waar we ons in deze studie mee zullen bezighouden is: wanneer in de eindtijd zal de oorlog van Gog en Magog plaatsvinden? Zal Gog Israël aanvallen in het begin of aan het einde van de grote Verdrukking of na het Duizendjarige rijk?

Sommige uitleggers (dit is geen wetenschappelijk onderzoek en ik zal daarom geen namen van hen noemen) zien de ‘Ezechiël oorlog’ als de start van de grote Verdrukking, anderen zien deze als de strijd bij Armageddon, aan het einde van de grote Verdrukking en weer anderen menen dat dit zal gebeuren aan het einde van het Duizendjarige rijk. Waar komt dit verschil van inzicht vandaan, is het een probleem en is het te verklaren? Als belangrijkste teksten voor deze vraag zullen Ezechiël 38-39 en Openbaring 20 dienen. 

Voor we op deze vraag ingaan is het zaak om uitleg te geven over wat de grote Verdrukking is en wat wordt verstaan onder het Duizendjarige rijk.

Wat is de grote Verdrukking?

Er wordt in de Bijbel veel informatie gevonden over de grote Verdrukking. We willen ons hier beperken tot wat Jezus hierover zei:

15Wanneer u dan de gruwel van de verwoesting, waarvan gesproken is door de profeet Daniël, zult zien staan op de heilige plaats -laat hij die het leest, daarop letten! – 16laten dan zij die in Judea zijn, vluchten naar de bergen. 17Wie op het dak is, moet niet naar beneden gaan om iets uit zijn huis te halen, 18en wie op de akker is, moet niet terugkeren naar wat hij achterliet om zijn kleren te halen. 19Maar wee de zwangeren en de zogenden in die dagen! 20En bid dat uw vlucht niet zal plaatsvinden in de winter en ook niet op een sabbat.

21Want dan zal er een grote verdrukking zijn, zoals er niet geweest is vanaf het begin van de wereld, tot nu toe, en zoals er ook nooit meer zijn zal. 22En als die dagen niet ingekort werden, zou er geen vlees behouden worden; maar ter wille van de uitverkorenen zullen die dagen ingekort worden.

23Als iemand dan tegen u zegt: Zie, hier is de Christus of daar, geloof het niet; 24want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan en zij zullen grote tekenen en wonderen doen, zó dat zij -als het mogelijk zou zijn- ook de uitverkorenen zouden misleiden.

25Zie, Ik heb het u van tevoren gezegd! 26Als men dan tegen u zal zeggen: Zie, Hij is in de woestijn; ga er niet op uit; zie, Hij is in de binnenkamers, geloof het niet, 27want zoals de bliksem vanuit het oosten komt en zichtbaar is tot in het westen, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn.

28 Want waar het dode lichaam is, daar zullen de gieren zich verzamelen. 29En meteen na de verdrukking van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal zijn schijnsel niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en de krachten van de hemelen zullen heftig bewogen worden.

30En dan zal aan de hemel het teken van de Zoon des mensen verschijnen; en dan zullen al de stammen van de aarde rouw bedrijven en zij zullen de Zoon des mensen zien, als Hij op de wolken van de hemel komt met grote kracht en heerlijkheid. 31En Hij zal Zijn engelen uitzenden onder luid bazuingeschal, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenbrengen uit de vier windstreken, van het ene uiterste van de hemelen tot het andere uiterste ervan. (Mattheüs 24)

Samengevat staat hier dat de grote Verdrukking zal plaatsvinden direct voor Christus’ wederkomst. Dit zal een tijd zijn die zo gruwelijk is dat als deze langer zou duren dan de tijd die God ervoor stelde, er geen mens (vlees) behouden zou worden.  De Verdrukking, zo weten we uit de Openbaring (11) en uit Daniël (9:27), duurt minimaal zeven jaar. Na de grote Verdrukking is er een periode van duizend jaar waarop de hele wereld vanuit Jeruzalem geregeerd wordt en is het vrede op de hele aarde. 

Wat is het Duizendjarige rijk?

Kenmerken van het Duizendjarige rijk worden beschreven in vele profetieën van het Oude- en Nieuwe Testament. De term komt voort uit wat over die periode in de Openbaring staat:

1En ik zag een engel neerdalen uit de hemel met de sleutel van de afgrond en een grote ketting in zijn hand. 2En hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en bond hem voor duizend jaar, 3en wierp hem in de afgrond, en sloot hem daarin op en verzegelde die boven hem, opdat hij de volken niet meer zou misleiden, totdat de duizend jaar tot een einde gekomen zouden zijn. En daarna moet hij een korte tijd worden losgelaten. 

4En ik zag tronen, en zij gingen daarop zitten, en het oordeel werd hun gegeven. En ik zag de zielen van hen die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en om het Woord van God, die het beest en zijn beeld niet hadden aangebeden, die het merkteken niet ontvangen hadden op hun voorhoofd en op hun hand. En zij werden weer levend en gingen als koningen regeren met Christus, duizend jaar lang. (Openbaring 20)

Dit Duizendjarige rijk is dus een periode van evenzoveel jaar. In die duizend jaar regeren de mensen, zoals dit in de tekst staat, die onthoofd zijn om hun geloof in Christus en die het beest (de Antichrist) tijdens de grote Verdrukking niet hebben aanbeden. Zij regeren dan samen met Christus. Deze periode wordt ook wel het Millennium (van duizend) genoemd.

Wie zijn Gog en Magog?

Zoekende naar het antwoord op de vraag wanneer Gog en Magog actief zijn, leidt naar de vraag wie zijn Gog en Magog? 

Magog is te vinden in de lijst van de nakomelingen van Noach:

1Dit zijn de afstammelingen van de zonen van Noach, Sem, Cham en Jafeth. Bij hen werden na de vloed zonen geboren. 2De zonen van Jafeth zijn: Gomer, Magog, Madai, Javan, Tubal, Mesech en Tiras. 3De zonen van Gomer zijn: Askenaz, Rifath en Togarma. 4De zonen van Javan zijn: Elisa en Tarsis, de Kittiërs en de Dodanieten. 5Van hen stammen de mensen af die zich over de kustlanden van de volken verspreid hebben, in hun landen, elk overeenkomstig zijn taal, overeenkomstig hun geslachten, onder hun volken. (Genesis 10)

Gomer, Magog, Javan en Tubal zijn zonen van Jafeth. Al deze afstammelingen van Noach zijn stamvaders van volken geworden. Van Javan wordt aangenomen dat diens nakomelingen in Griekenland zijn gaan wonen, van Magog en Tubal dat ze na de Zondvloed naar het noorden zijn getrokken richting de Kaukasus. Er zijn er die in Magog Turkije zien. Ik ga er, zoals veel andere uitleggers, vanuit dat Magog de stamvader was van volken die ten noorden van de Kaukasus zijn gaan wonen. Magog is, zo gezien dan de voorvader van de Russische volkeren. Magog betekent ‘land van god’ 

Gog is, zoals hij in Ezechiël wordt beschreven de groot (=belangrijkste) vorst van Magog en de genoemde volken. 

2Mensenkind, richt uw blik op Gog, het land van Magog, de oppervorst van Mesech en Tubal, en profeteer tegen hem. (Ezechiël 38)

Gog betekent ‘berg’. Gog en Magog betekenen samen dus ‘berg in het land van god’. Gog en Magog komen uit het gebied van de Ararat en noordelijker. De Ararat is de berg waarop de Ark van Noach geland is, en waar ook de Hof van Ede (en de oorspronkelijke berg Sion, van God) heeft gelegen. 

Waar wordt er hoe over Gog en Magog gesproken?

Na de volkerenlijst van Genesis (10) komt de naam Gog nog een keer voor als nakomeling van Ruben (1Kronieken 5:4). Als het gaat over de eindtijd, komt Gog pas voor in de tekst van Ezechiël (38-39) en in Openbaring (20). In deze twee Bijbelplaatsen wordt het eerst over Gog als de leider van Magog gesproken. Ezechiël beschrijft wat hun rol in de eindtijd is. In de Openbaring worden Gog en Magog genoemd na het Duizendjarige rijk. 

Het probleem van Gog en Magog

God geeft in de profetieën naast vermaningen voor hen die leven tijdens het optreden van de profeet, ook informatie over de toekomst. Deze informatie geeft Hij om hen die leven in de tijd waarover de profetie gaat, voor te bereiden op de zaken die komen gaan (Openbaring 1:1). Dit geldt ook voor de profetieën over Gog en Magog. Het is duidelijk dat Gog en Magog actief zijn in de eindtijd. Wat minder duidelijk is, is wanneer precies hun inval in Israël zal plaatsvinden. 

De opties daarvoor, zoals ze zich aandienen zijn: deze inval zal plaatsvinden: voor of na de Verdrukking, of als derde mogelijkheid: na het Duizendjarige rijk.

De profetie van Ezechiël over Gog en Magog beschrijft verschillende zaken die ook in andere profetieën beschreven worden. Sommige zaken die worden beschreven in de profetieën kunnen vrijwel onmogelijk voor het Duizendjarige rijk gebeuren en andere zaken die worden genoemd, kunnen er onmogelijk na plaatsvinden. Hoe dit moet worden begrepen, hopen we in deze studie uit te zoeken. We zullen beginnen met de vraag of Gog Israël aanvalt aan het einde van het Millennium.

Valt Gog Israël aan, aan het einde van het Millennium?

Het eerste deel van de tekst van Ezechiël 38 beschrijft zaken die erop wijzen dat Gog Israël aanvalt aan het einde van het Duizendjarige rijk. Ezechiël krijgt een opdracht dat wat hij ziet en hoort te beschrijven. Maar wie is Gog over wie hij God hoort spreken?

Richt uw blik op Gog (Ez. 38:1-3)

1Het woord van de HEERE kwam tot mij: 2Mensenkind, richt uw blik op Gog, het land van Magog, de oppervorst van Mesech en Tubal, en profeteer tegen hem. 3Zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zál u, Gog, oppervorst van Mesech en Tubal!

In dit onderzoekje gaat het niet om de namen van volkeren en in welke landen ze gevonden kunnen worden. De namen van de volkeren die hier worden genoemd, vinden we voor het eerst in Genesis 10. Er zijn mensen die dit hebben nagezocht in lokale archieven en tradities en ze hebben ze allemaal gevonden. We zullen hier niet meer zeggen dan dat Gog de hoofdvorst is van Magog en Tubal. Het is opmerkelijk dat Tubal verder niet meer wordt genoemd.

Gog aan het hoofd (Ez. 38:4-7)

Hoe machtig Gog is, blijkt uit de vele volken aan wiens hoofd hij staat:

4 Ik zal u omkeren, Ik zal haken in uw kaken slaan en Ik zal u doen uittrekken: u, met heel uw leger, paarden en ruiters, allen uitmuntend gekleed, een grote strijdmacht met grote en kleine schilden, die allen het zwaard hanteren. 5Bij hen zijn Perzen, Cusjieten en Puteeërs, allen met schild en helm, 6 Gomer met al zijn troepen, Beth-Togarma, in het uiterste noorden, met al zijn troepen, vele volken met u. 7Wees bereid en maak u gereed, u en uw hele strijdmacht, die bij u bijeengekomen is. Wees een wachter voor hen.

De volken die hier worden genoemd liggen in een cirkel om de plaats waar vanuit de mensheid zich over de aarde begon te verspreiden na de Zondvloed. Perzië is het huidige Iran, de Cusjieten woonden in Ethiopië-Egypte, Gomer in de Kaukasus, en Beth-Togarama is gezien vanuit de Kaukasus nog verder naar het noorden en de Puteeërs woonden in het huidige Libië. Gog mobiliseert dus vrijwel heel het Midden-Oosten, Noordelijk Afrika, Turkije en alles wat daarboven ligt. 

Als Gog en Magog dan in de eindtijd zoveel volken mobiliseert tegen Israël, betekent dit dan dat Gog de Antichrist is? 

Is Gog de Antichrist?

De Antichrist is één van de belangrijke figuren in de grote Verdrukking. Hij wordt in de Openbaring het ‘Beest uit de Zee’ genoemd. Daniël (9) spreekt over hem als de ‘vorst die het verbond voor velen van zwaar zal maken’. Jezus haalt in Mattheüs (24:15), Daniël (11:31) aan als Hij over hem spreekt als de ‘gruwel van de verwoesting’. De Antichrist zal zich in de tempel als God laten aanbidden zegt Paulus (1Thessalonicenzen 2:4). De Antichrist is een aanduiding van één enkele levende persoon die actief is in de grote Verdrukking.

Als zowel Gog als de Antichrist machtige politieke en militaire figuren zijn die, ofwel Israël zelf aanvallen, ofwel de landen van de wereld opstoken om dat te doen in de eindtijd, zijn zij dan dezelfde persoon die op een andere manier wordt beschreven? 

Het idee dat Gog en de Antichrist dezelfde persoon zijn geeft nogal wat problemen. Aan het einde van de Verdrukking zou het misschien nog kunnen. Op dat moment moet de Antichrist zijn overtuigingskracht gebruiken om de koningen van de wereld te verzamelen voor zijn agenda. Hierover staat in de Openbaring:

13En ik zag uit de bek van de draak, uit de bek van het beest en uit de mond van de valse profeet drie onreine geesten komen, als kikvorsen. 14Dit zijn namelijk de geesten van de demonen, die tekenen doen en die uitgaan naar de koningen van de aarde en van de hele wereld, om hen te verzamelen voor de oorlog van de grote dag van de almachtige God. (Openbaring 16:13-14)

De Antichrist, zo staat hier, verzamelt de legers van hele wereld. Zou hij dan Gog kunnen worden genoemd als hij de legers van Magog en de landen van het Midden-Oosten en daaromheen verzamelt? Dat is niet waarschijnlijk. Gog kan na het Duizendjarige rijk zoals Openbaring (20) dat beschrijft, de Antichrist niet zijn, omdat deze dan in de poel van vuur is geworpen. Uit wat er in de tekst staat, opereert hij misschien in de geest van de antichrist na het Duizendjarige rijk (het Millennium), maar hij is wel een andere persoon. Het lijkt zelfs waarschijnlijker dat Gog de titel is van een heerser. Zo zou Gog de koning van Magog ongeveer hetzelfde kunnen klinken als ‘Caesar de grootvorst van Rome’. Er zal, zo blijkt straks, wel eens een probleem kunnen ontstaan als we Gog telkens zien als dezelfde fysieke persoon.

Gog lijkt in de Verdrukking weliswaar een machtige speler, maar er wordt in de Bijbel verder geen verband gelegd tussen hem en de Antichrist. Er is ook een verschil in de machtsbasis tussen de Antichrist en Gog. De machtsbasis van Gog wordt beschreven als liggende in Rusland (in het verre noorden) terwijl de machtsbasis van de Antichrist in Europa lijkt te zullen liggen. De Antichrist wordt in Daniël (9:26-27) beschreven als de leider van het herstelde Romeinse rijk. 

Ook al zijn Gog en de Antichrist beide dus grote vijanden van God en Zijn volk Israël, er is geen aanwijzing dat Gog en de Antichrist, dezelfde persoon zijn. 

De staat van Israël tijdens de inval (Ez. 38:6-13)

We weten dat de Antichrist actief is tijdens de grote Verdrukking. Gedurende die tijd ligt Israël politiek en militair onder zware druk. Als we het eerste deel van Ezechiël 38 lezen, dan zouden we niet de indruk krijgen dat Gog Israël binnenvalt op een moment dat het land op dat moment een zware tijd doormaakt: 

8Na vele dagen zult u (Gog) gestraft worden. Aan het einde van de jaren zult u komen in een land dat hersteld is van het zwaard, bijeengebracht uit vele volken op de bergen van Israël, die tot een blijvende verwoesting waren geworden. Als zij uitgeleid zijn uit de volken, zullen zij allen onbezorgdwonen. 9U zult oprukken, u zult komen als een verwoesting; u zult als een wolk zijn en het land bedekken, u en al uw troepen en vele volken met u. 10Zo zegt de Heere HEERE: Op die dag zal het gebeuren dat er overleggingen in uw hart zullen opkomen en dat u een kwaad plan beramen zult.

11U zult zeggen: Ik zal optrekken tegen een niet ommuurd land, komen bij mensen die rustig en onbezorgd wonen, die allen zonder muur en grendel wonen en geen poorten hebben, 12om roof te plegen, om buit te roven, om u tegen de nu bewoonde puinhopen te keren en tegen een volk dat uit de heidenvolken verzameld is, dat vee en bezit verworven heeft, dat in het midden van het land woont. 13Sjeba, Dedan, de kooplieden van Tarsis en al hun jonge leeuwen zullen tegen u zeggen: Komt u om een roof te plegen? Hebt u uw strijdmacht bijeengebracht om buit te roven, om zilver en goud mee te voeren, om vee en bezit mee te nemen, om een grote roof te plegen?

Op het moment dat Gog Israël binnenvalt, zo staat hier:

  1. Is aan het ‘einde van de jaren’;
  2. Is als Israël is hersteld van de oorlog;
  3. Is als alle Joden van over de hele wereld zijn teruggekeerd in Israël;
  4. Is als de inwoners van Israël in een staat van onbezorgdheid wonen: In een ‘niet ommuurd land’; 
  5. Is Israël zeer rijk. Al de landen die Gog in zijn gevolg heeft, menen te kunnen delen in de buit die ze in Israël zullen vinden (zilver, goud en vee).

Dit alles beschrijft niet een situatie van politieke en militaire instabiliteit in Israël, zoals dat het geval is aan het einde van de grote Verdrukking. Hier wordt Israël in de profetie beschreven als een zeer welvarend land. Wanneer zal dat zijn? Wanneer zal Israël hersteld zijn van welke oorlog, wanneer zijn alle Joden van over de hele wereld teruggekeerd in hun land, wanneer wonen de joden in een staat van onbezorgdheid? Wanneer zullen de problemen met de Palestijnen en Arabieren, de Verenigde Naties en Iran zijn opgelost? Wanneer is Israël zo rijk dat vele landen menen zich te kunnen verrijken aan haar bezit?

Er zijn uitleggers die erop wijzen dat deze tekst een aanwijzing is dat Gog Israël zal binnenvallen in het begin van de grote Verdrukking. Zij wijzen erop dat uit onderzoek blijkt dat, ondanks de raketaanvallen en aanslagen, de meeste mensen die in Israël wonen, zich daar zeer veilig voelen. Er wordt gesteld dat ze onbezorgd wonen, in een land dat is hersteld van de Arabische oorlogen in de vorige eeuw, dat er nu velen in Israël wonen die uit de volken zijn getrokken en dat Israël een welvarend land is. Dat kan misschien zo gezien worden, maar dat kan ook snel veranderen. Het gaat er hier in de profetie niet om hoe de Joden het leven in Israël ervaren als de grote Verdrukking begint, of kort daarvoor. 

Het gevoel van veiligheid dat de meesten in Israël nu ervaren is gebaseerd op het vertrouwen in de kracht van hun economie en leger. Er staan duizenden raketten op het land gericht en Iran is verbeten bezig om daar kernwapens aan toe te voegen. Het gevoel van veiligheid dat Israël nu wellicht heeft, zal worden beschaamd weten we uit de profeten. Als Jezus komt, zo beschrijft Zacharia (14:4-5), scheurt de Olijfberg in twee delen en vluchten de Joden voor hun vijanden in het dal dat zo zal ontstaan. Aan het einde van de grote Verdrukking is Israël, inclusief hun nieuwe tempel, vertrapt, wonen er massa’s immigranten onder erbarmelijke toestand in het land en zal de antichrist gruwelijk hebben huisgehouden onder de bevolking.

Het is moeilijk hard te maken dat deze profetie reeds is vervuld en dat de volgende stap in de profetie, de aanval van Gog en Magog, binnenkort zal plaatvinden. Wanneer zal die inval dan gebeuren? Wanneer zullen alle Joden die nu nog verspreid over de hele wereld wonen, terug zijn in hun land? Wat kunnen we over deze verschillende punten vinden in de Bijbel?

1.    Aan het einde van de jaren

De uitdrukking ‘einde van de jaren’ komen we in de Bijbel verder niet tegen. Een uitdrukking die we wel regelmatig vinden in de Bijbel is ‘laatste dagen’. Zo zegt Petrus:

17En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouderen zullen dromen dromen: (Handelingen 2:17)  

3Dit vooral moet gij weten, dat er in de laatste dagen spotters met spotternij zullen komen, die naar hun eigen begeerten wandelen. (2Petrus 3) 

Petrus verwijst in Handelingen, naar een profetie uit Joël. Hieruit blijkt dat Petrus het tijdstip waarin de discipelen leven ziet als de laatste dagen. Dit idee van de laatste dagen vinden we ook bij Paulus en Jakobus.

1Weet wel, dat er in de laatste dagen zware tijden zullen komen: (2Timotheüs 3) 

3uw goud en zilver is verroest, en het roest ervan zal tegen u getuigen en uw vlees verteren als vuur. Gij zijt schatten gaan opleggen, terwijl het de laatste dagen zijn. (Jakobus 5)  

God gebruikt de uitdrukking laatste dagen in de Bijbel om dit tijdperk aan te duiden in relatie tot eerdere. Het tijdperk tussen de hemelvaart en de wederkomst kan worden gezien als de ‘laatste dagen’ of de eindtijd. Hierover spreekt Daniël:

4Maar gij, Daniel, houd de woorden verborgen, en verzegel het boek tot de eindtijd; velen zullen onderzoek doen, en de kennis zal vermeerderen. (Daniël 12)  

De uitdrukking ‘einde van de jaren’ is anders. De uitdrukking heeft minder urgentie dan ‘laatste dagen’.  De urgentie die zit in de uitdrukking ‘laatste dagen’ vinden we ook als Jezus zegt dat Hij komt ‘als een dief in de nacht’, of dat ‘Hij spoedig komt’. Jezus wist wel dat Hij niet zou terugkeren binnen een paar jaar na de hemelvaart. Hij wilde dat het in het DNA van de kerk zou zitten dat zij leven uit het besef dat hun plaats in de hemel is en dat ze leven vanuit het besef dat elke dag de laatst zou kunnen zijn, omdat Hij terugkomt op een moment dat ze niet weten.

De uitdrukking ‘einde van de jaren’ komt van achariyth dat zowel kan worden vertaald met achterste deel, einde of eindtijd. Anders dan de christenen van voor de opname, zullen de mensen die tot geloof komen in de dagen van de grote Verdrukking waarin Gog actief is, wel weten wat er gaat gebeuren. Ook zij die leven tijdens het Duizendjarige rijk weten wanneer die is begonnen en dat het tijdperk duizend jaar zal duren. 

De uitdrukking ‘einde van de jaren’ toont twee dingen. Het maakt duidelijk dat de inval van Gog en Magog zal plaatsvinden in de laatste jaren van de aarde. Dit zijn de laatste jaren van het Millennium. Het andere aspect toont ons dat de opstand van Gog niet in een paar weken of zelfs maanden zal zijn afgerond. Dit maakt de aanduiding ‘einde van jaren’ niet geschikt voor de grote Verdrukking. De tijd die de voorbereiding voor Armageddon nodig heeft, duurt geen jaren, maar hooguit maanden. Er zijn geen jaren meer aan het einde van de Verdrukking. Alles moet snel in die tijd. Dat kan ook: de legers van de wereld zijn heden ten dage snel te mobiliseren en dat zal dan ook zo zijn. Dit ligt anders aan het einde van het Duizendjarige rijk. De duivel heeft, als hij uit zijn gevangenis wordt losgelaten, tijd nodig. Hij moet vanuit niets een wereldwijde opstand en leger organiseren. Zelfs al zijn er in die tijd velen die hem graag volgen: de voorbereiding en bewapening van dit alles duurt dan jaren: ‘de laatste jaren’. Hoeveel jaren staat niet in de tekst. 

Toch heeft de uitdrukking ‘laatste van de jaren’ ook iets onduidelijks. Er wordt niet gemeld hoeveel jaar het zal zijn en dus ook niet wanneer de jaren precies zullen beginnen. De mensen die leven tijdens het Duizendjarige rijk, weten wanneer de opstand van Gog zal zijn afgelopen (Duizend jaar na de installatie van de regering in Jeruzalem) maar ze weten niet wanner de duivel zal worden losgelaten. Gelovigen zullen in die dagen weten dat als het 900 jaar geleden is dat Christus is wedergekomen, dat in de komende eeuw een deel van de wereldbevolking in opstand zal komen tegen de regering in Jeruzalem en ze weten hoe dit zal aflopen. Ze weten alleen niet precies op welke datum de opstand zal beginnen. Ze weten op basis van deze woorden wel dat dit alles bij elkaar een aantal jaren zal duren. 

De gelovigen die in die dagen leven zullen zijn als Daniël. Daniël was een gelovig man, hij kende de profeten en de tijd waarin hij leefde. Dat blijkt ook uit zijn reactie:

2in het eerste jaar van zijn regering, merkte ik, Daniël, in de boeken het aantal jaren op waarover het woord van de HEERE tot de profeet Jeremia gekomen was: zeventig jaar zouden na de verwoesting van Jeruzalem voorbij moeten gaan. 3Ik richtte mijn gezicht tot de Heere God, om Hem te zoeken in gebed en met smeekbeden, met vasten, en in zak en as. (Daniël 9:2-3)

Zoals Daniël de zeventig jaar waarover Jeremia geprofeteerd had, in de gaten hield, zo zullen tijdens het Duizendjarige rijk de mensen die God liefhebben en zijn Woord bestuderen, de kalender van de duizend jaar in de gaten houden. Deze mensen zullen tot grote kennis gekomen zijn over de profetieën, ofschoon ze, waar het dit onderwerp betreft, helemaal niet zoveel kennis nodig hebben om te weten wat er staat te gebeuren. Openbaring (20)beschrijft het duidelijk. Het zal in die dagen echter net zo zijn als tot voor kort in het Westen. Ik herinner mij nog dat in de zeventiger jaren van de vorige eeuw, het overgrote deel van de bevolking nog lid was van een kerk, maar ook dat toen al bijna niemand deze bezocht. Dat zal in het Duizendjarige rijk ook zo zijn. Ze doen wat er van hen wordt gevraagd, of minder, en waar hun Bijbel in huis ligt, weten ze, bij wijze van spreken, niet. Ze voedden hun geest met wat hun werd aangeboden via de atheïstische liberale media en niet met Gods Woord.

Er zullen ook dan, en zeker in het einde van het Duizendjarige rijk, net als nu, ‘orthodoxe’ theologen zijn die met hun mond wel belijden dat ze in God geloven en dat ze de Bijbel letterlijk nemen. Echter met hun hart niet geloven ze het niet, net zoals ze dat nu ook vaak niet doen. Ze brengen zo velen van het volk tot afval. 

2.    Wanneer is Israël hersteld van de oorlog

De oorlog waarvan Israël zal zijn hersteld, is niet die van de aanval van Gog zoals deze staat beschreven aan het einde van het Millennium. Er is daarna geen tijd meer voor herstel. Dit is ook niet nodig, want God vervangt de aarde dan voor een nieuwe. We kunnen ons zelfs afvragen of het wel tot een echte strijd zal komen. In Openbaring 20 staat daarover:

9En zij (de legers van Gog en Magog) kwamen op over de breedte van de aarde, en omsingelden de legerplaats van de heiligen en de geliefde stad. Maar er daalde vuur van God neer uit de hemel en dat verslond hen. (Openbaring 20)

Als Gog en Magog zijn genaderd tot Jeruzalem, komt het niet tot plunderen van de stad. Er daalt vuur vanuit de hemel en verteert hen, beschrijft Johannes. Over deze strijd profeteert ook Zacharia:

12En dit zal de plaag zijn waarmee de HEERE al de volken zal treffen die tegen Jeruzalem hebben gestreden: Hij zal ieders vlees, terwijl hij nog op zijn voeten staat, doen wegteren; de ogen van allen zullen wegteren in hun kassen en de tong van allen zal wegteren in hun mond. (Zacharia 14)

De kracht van Gods vuur zal sterker zijn dan die van een atoombom.

Welke oorlogen zijn in de eindtijd?

Israël zal hersteld zijn van de oorlog, staat er hier in Ezechiël. Welke oorlogen zijn ons bekend vanuit de Bijbel die zullen plaatsvinden? Er zijn er een aantal, maar welke dat zijn, wordt niet heel nadrukkelijk beschreven. 

Is er oorlog in Israël aan het begin van de Verdrukking?

Het is niet waarschijnlijk dat er een oorlog zal zijn in Israël in het begin van de Verdrukking. Het heeft er in tegendeel veel van weg dat Israël tijdens de eerste helft van de Verdrukking tamelijk veilig woont. Hierover staat in de Openbaring:

1En er verscheen een groot teken in de hemel: een vrouw, bekleed met de zon, en de maan was onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren. 2En zij was zwanger en schreeuwde het uit in barensnood en in haar pijn om te baren.

3En er verscheen een ander teken in de hemel. En zie: een grote vuurrode draak met zeven koppen en tien horens. En op zijn koppen zeven diademen. 4En zijn staart veegde het derde deel van de sterren van de hemel en wierp die op de aarde. En de draak stond voor de vrouw, die op het punt stond te baren, om haar Kind te verslinden, zodra zij Het gebaard zou hebben. 5En zij baarde een Zoon, een mannelijk Kind, dat alle heidenvolken zal hoeden met een ijzeren staf. En haar Kind werd weggerukt naar God en naar Zijn troon. 6En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats had, die door God voor haar gereedgemaakt was, opdat men haar daar zou voeden twaalfhonderdzestig dagen. (Openbaring 12)

Deze draak is de duivel (Openbaring 12:9). Hij wordt net als de antichrist beschreven met zeven koppen en tien horens (Openbaring 13:1). Dat zij beiden zo worden beschreven is niet zo verwonderlijk, want de antichrist ontvangt zijn kracht van de draak (Openbaring 13:4). De vrouw is Israël. We herkennen haar onder andere aan de zon maan en sterren, die Jozef zag in zijn droom (Genesis 37:9) Wat of wie het kind is, leidt doorgaans tot verwarring, dus zullen we dat hier maar laten rusten. Anders dan sommige uitleggers stellen, is dat kind niet Jezus Christus. Deze tekst is een profetie over iets dat zal gebeuren in de Verdrukking. Het is niet de geschiedenis van de kindermoord van Herodes. Christus komt pas aan het einde van de Verdrukking en Hij wordt dan niet meer ‘weggerukt’ naar de hemel. 

De draak probeert het kind van de vrouw te verslinden beschrijft de tekst. Als dat niet lukt, valt hij de vrouw en diens overige nageslacht aan. De vrouw, zo beschrijft de Openbaring, vlucht naar de woestijn. Daar heeft God voor haar een plaats bereid. Die plaats is het land Israël. Dat gereedmaken is nu al meer dan een eeuw aan de gang. Daar, in het land Israël, dat God gereed heeft gemaakt, is de vrouw, gedurende 1260 dagen (ca 3.5 jaar) veilig. Die beschreven 1260 dagen zijn de eerste helft van de Verdrukking. Dit alles wijst dus niet op een oorlog waarin Israël wordt aangevallen aan het begin van de Verdrukking.

Is er oorlog in het midden van de Verdrukking?

De Openbaring (11:7-8) beschrijft een oorlog in Israël in het midden van de verdrukking (na die 1260 dagen). 

3En Ik zal Mijn twee getuigen macht geven, en zij zullen, in rouwkleding gekleed, twaalfhonderdzestig dagen lang profeteren. 4Zij zijn de twee olijfbomen en de twee kandelaars, die voor de God van de aarde staan. 5En als iemand hun schade wil toebrengen, komt er vuur uit hun mond en dat verslindt hun vijanden. En als iemand hun schade wil toebrengen, moet hij op dezelfde manier gedood worden. 6Zij hebben macht de hemel te sluiten, zodat er geen regen zal vallen in de dagen dat zij profeteren. En zij hebben macht over de wateren om die in bloed te veranderen, en de aarde te treffen met allerlei plagen, zo vaak zij dat willen. 

7En wanneer zij hun getuigenis volbracht hebben, zal het beest dat uit de afgrond opkomt, oorlogmet hen voeren en het zal hen overwinnen en hen doden. 8En hun dode lichamen zullen liggen op de straat van de grote stad, die in geestelijke zin genoemd wordt Sodom en Egypte, waar ook onze Heere werd gekruisigd. 9En de mensen uit de volken, stammen, talen en naties zullen hun dode lichamen drieënhalve dag zien, en zullen niet toelaten dat hun dode lichamen in het graf gelegd worden. 10En zij die op de aarde wonen, zullen zich over hen verblijden, en zullen feest gaan vieren en elkaar geschenken sturen, omdat deze twee profeten hen die op de aarde wonen, zo gekweld hadden. (Openbaring 11:3-10)

Deze oorlog blijkt inderdaad in Israël te zijn (waar hun Heer gekruisigd is). De Antichrist zal hierin de overwinning behalen en de lijken van de heiligen zullen liggen op de straten van Jeruzalem. Het moment waarop deze oorlog zal zijn wordt specifiek genoemd: dat is ook 1260 dagen. Dit zijn dezelfde 1260 dagen nadat de vrouw naar de woestijn gevlucht is. Dat is dus in het midden van de Verdrukking en aan het einde van de prediking van de Twee Getuigen. 

Is dit dan de oorlog waar Ezechiël het over heeft waarvan Israël zich zal herstellen? Mogelijk voor een deel wel. De schade in Israël zal zich maar moeilijk herstellen als de Antichrist na zijn overwinning, de macht heeft in Israël in de tweede helft van de verdrukking.

De oorlog aan het einde van de Verdrukking

Er is nog een oorlog in de Verdrukking. Die strijd is zelfs voor de heidenen een begrip. Dat is de slag bij Armageddon. Hierover staat in de tekst van Openbaring (16) die we eerder aanhaalden:

13En ik zag uit de bek van de draak, uit de bek van het beest en uit de mond van de valse profeet drie onreine geesten komen, als kikvorsen. 14Dit zijn namelijk de geesten van de demonen, die tekenen doen en die uitgaan naar de koningen van de aarde en van de hele wereld, om hen te verzamelen voor de oorlog van de grote dag van de almachtige God. 15Zie, Ik kom als een dief. Zalig hij die waakzaam is en op zijn kleren acht geeft, zodat hij niet naakt zal rondlopen en men zijn schaamte niet zal zien. 16En hij verzamelde hen op de plaats die in het Hebreeuws Armageddonwordt genoemd. (Openbaring 16:13-14)

Die strijd bij Armageddon zal een enorme slag zijn. Over die oorlog van God staat in de Openbaring (19):

11En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard, en Hij Die daarop zat, werd getrouw en waarachtig genoemd. (…) Zijn naam luidt: Het Woord van God. 14En de legers in de hemel volgden Hem op witte paarden, gekleed in fijn linnen, wit en smetteloos. 15En uit Zijn mond kwam een scherp zwaard, opdat Hij daarmee de heidenvolken zou slaan. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren staf. En Hij treedt de wijnpersbak van de wijn van de grimmige toorn van de almachtige God. 16Er stond op Zijn bovenkleed en op Zijn dij deze naam geschreven: Koning der koningen en Heere der heren. 

17En ik zag één engel dicht bij de zon staan, en hij riep met luide stem naar alle vogels die hoog aan de hemel vlogen: Kom en verzamel u voor het avondmaal van de grote God, 18om te eten vlees van koningen, en vlees van oversten over duizend, en vlees van machtigen, en vlees van paarden en van hen die daarop zitten, en vlees van alle vrijen en van slaven, kleinen en groten. 

19En ik zag het beest en de koningen van de aarde en hun legers bijeen verzameld om oorlog te voeren tegen Hem Die op het paard zat, en tegen Zijn leger. 20En het beest werd gegrepen, en met hem de valse profeet, die in zijn tegenwoordigheid de tekenen gedaan had, waardoor hij hen misleid had die het merkteken van het beest ontvangen hadden en die zijn beeld aanbeden hadden. Deze twee werden levend geworpen in de poel van vuur, die van zwavel brandt. (Openbaring 19)

Anders dan bij de inval van Gog en Magog aan het einde van het Millennium daalt hier geen vuur van de hemel. Het beeld is luguber: de lijken van de strijd hopen zich op in het dal. De vogels zullen, zoals dat altijd gaat met een oorlog, erop neerdalen om deze te verslinden.

Er is geen andere strijd na Armageddon die als alternatief zou kunnen dienen als vervulling waar God het hier over heeft in de profetie van Ezechiël. Deze oorlog is zonder twijfel de strijd waarvan Israël is hersteld, op het moment dat Gog het land zal binnenvallen. 

3.    Gog valt Israël binnen als alle Joden van over de hele wereld zijn teruggekeerd in Israël

Gog valt Israël aan, zo beschrijft Ezechiël, als al de Joden terug zijn in Israël. Wanneer zal dat zo zijn? Wanneer zullen alle Joden van over de hele wereld zijn teruggekeerd in Israël?

8Na vele dagen zult u (Gog) gestraft worden. Aan het einde van de jaren zult u komen in een land dat (…) bijeengebracht uit vele volken op de bergen van Israël, die tot een blijvende verwoesting waren geworden. Als zij uitgeleid zijn uit de volken (Ezechiël 38:8)

Hier staat dat dat Israël, nadat het bijeengebracht is uit vele volken, zal wonen op de bergen van Israël. Hier staat niet dat al de Joden pas zullen terugkomen op het moment dat Gog komt. Dat er na de aanval van Gog nog veel Joden zullen emigreren naar Israël, lijkt niet zo te zijn. In het volgende hoofdstuk van Ezechiël, dat nog steeds over Gog en zijn inval gaat, staat:

27Wanneer Ik hen uit de volken terugbreng en hen bijeenbreng uit de landen van hun vijanden, zal Ik door hen voor de ogen van veel heidenvolken geheiligd worden. 28Dan zullen zij weten dat Ik, de HEERE, hun God ben, omdat Ik hen onder de heidenvolken in ballingschap voerde, maar hen ook weer verzamelde in hun land en niemand van hen daarginds nog liet achterblijven. (Ezechiël 39)

Nu leven we in de situatie dat Joden vanuit de gehele wereld naar Israël trekken. Deze stroom van mensen is al sinds de negentiende eeuw op gang gekomen. Voor die tijd zat het Ottomaanse rijk nog sterk in het zadel en was het verboden voor niet-moslims om grond te kopen in dit gebied. 

Deze situatie veranderde na de inval van Napoleon in Egypte (1798-1801) en het snel afnemen van de macht van de Noord Afrikaanse moslim (piraten)staten van de sultanaten Marokko en Tripoli, tijdens twee Barbarijse oorlogen (1801-1815). Als gevolg van die ontwikkelingen verminderde de macht van het Ottomaanse rijk snel. In de negentiende eeuw wordt Turkije door het Westen onder druk gezet om ook land te verkopen aan niet-moslims. Deze migrantenstroom nam als gevolg van de groeiende Jodenhaat in Rusland, Europa en de Arabische landen toe. Er wonen nu nog steeds miljoenen Joden buiten Israël. Op het moment dat Gog Israël binnenvalt, zo staat hier, heeft God Israël uit de ballingschap gevoerd en daarbij niemand van hen achtergelaten.

Als God zegt (Ezechiël 39:28) dat Hij niemand in de volken laat achterblijven, dan mogen we ervan uitgaan dat dit zo is. Al die mensen zullen terug zijn in Israël voordat deze tekst is vervuld. 

4.    Wonen de Joden in een staat van onbezorgdheid?

De Joden wonen in een staat van onbezorgdheid, zonder poorten, zegt de profeet. Dat ze geen muren en poorten hebben spreekt voor onze tijd als vanzelf. Poorten en muren houden geen tanks, vliegtuigen en raketten tegen. De omschrijving in de profetie wijst erop dat Israël zich al lange tijd niet hoefde te verdedigen tegen vijanden. Dat betekent concreet dat ze in die tijd geen actief leger hebben. Dat is nu niet het geval. Israël heeft een van de best bewapende en getrainde legers van de wereld. Dat moet ook wel. Het is vaak gezegd dat op het moment dat de Arabieren eenzijdig hun wapens neerleggen, er vrede zal zijn in het Midden-Oosten en dat op het moment dat Israël dit zou doen, het volk niet meer zou bestaan. Vanaf de oprichting van de staat Israël in 1948 is er geen moment geweest dat het land haar verdediging heeft kunnen laten zakken. Dit zal zo blijven tot het moment dat Jezus terugkomt aan het einde van de Verdrukking. 

Aan het einde van het Duizendjarige vrederijk zal Israël echt hersteld zijn van de diaspora de Verdrukking en de oorlog van Armageddon. Dan zal ze in vrede veilig wonen. 

5.    Wanneer zal Israël echt rijk zijn?

Israël is nu een welvarend land. Het land is wereldleider op het gebied van de ICT, agrarische sector en detentie. Ook is er olie gevonden binnen haar grenzen en dit alles maakt dat het er gunstig uitziet voor de Israëlische economie. Toch zal het land nog veel rijker worden. Jesaja schrijft hierover:

10Vreemdelingen zullen uw muren herbouwen en hun koningen zullen u dienen, want in Mijn grote toorn heb Ik u geslagen, maar in Mijn welbehagen heb Ik Mij over u ontfermd. 11 Uw poorten zullen steeds openstaan; dag en nacht zullen ze niet gesloten worden, opdat men het vermogen van de heidenvolken naar u toe zal brengen en hun koningen naar u toe geleid zullen worden. (Jesaja 60)

Tijdens het Duizendjarige rijk zal het land overlopen van rijkdom. Jesaja spreekt er op dezelfde manier over als Ezechiël met betrekking tot de poorten van Israël die dag en nacht openstaan (verdediging van het land is verdwenen) en dat het vermogen van de heidenvolkeren naar haar wordt gebracht. Er wordt gedurende duizend jaar een vermogen aan goud, zilver en andere rijkdommen naar het land gebracht. Dat is wat Gog met zijn legers wil plunderen. Dat wat er nu in Israël te halen valt aan technologie en zelfs olie is de moeite niet voor Gog (die nog voor talloze jaren olie heeft in Siberië).

Dit alles wijst erop dat Gog en Magog haar inval in Israël doet, aan het einde van het Duizendjarige rijk. Dit beeld wordt ook gezien in de tekst van de Openbaring 20.

7En wanneer die duizend jaar tot een einde gekomen zijn, zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten. 8En hij zal uitgaan om de volken te misleiden die zich in de vier hoeken van de aarde bevinden, Gog en Magog, om hen te verzamelen voor de oorlog. En hun aantal is als het zand van de zee. 9En zij kwamen op over de breedte van de aarde, en omsingelden de legerplaats van de heiligen en de geliefde stad. Maar er daalde vuur van God neer uit de hemel en dat verslond hen.  (Openbaring 20,21)

Gods tempel

Wat ook interessant is, is de mededeling in Jesaja 60 dat rijkdom van de Libanon de tempel van God aanzien zal geven. Dit wijst ook naar het Duizendjarige vrederijk. Dat hoofdstuk van Jesaja staat verder:

12Want het volk en het koninkrijk die u niet zullen dienen, zullen vergaan en die volken zullen totaal verwoest worden. 13De luister van de Libanon zal naar u toe komen, cipres, plataan en dennenboom tezamen, om de plaats van Mijn heiligdom aanzien te geven, en Ik zal de plaats van Mijn voeten verheerlijken. (Jesaja 60)

Dat God hier op zo’n positieve manier over Zijn heiligdom (tempel) spreekt wijst erop dat dit niet gaat over de tempel die wordt gebouwd in de grote Verdrukking. 

Er zal voor de grote Verdrukking geen tempel zijn in Jeruzalem. Tijdens de grote Verdrukking is er wel een tempel in Jeruzalem. Deze wordt pas in de grote Verdrukking gebouwd. (Zie daarover een ander artikel van mijn hand) De tempel die wordt gebouwd in de Verdrukking, is anders dan eerdere tempels in Jeruzalem. De grote Verdrukking vindt plaats in de tijd dat Jezus nog steeds Gods heiligdom, hogepriester en offerlam is. 

Israël zal in de Verdrukking wel een tempel bouwen, maar deze wordt gebouwd door orthodoxe Joden die niet in Christus als de Messias geloven. Er is geen aanwijzing dat God de tempel van de Verdrukking, welke ook door de Antichrist en de heidenen zal worden vertreden, ziet als Zijn heiligdom. De tempel die in Jesaja 60 wordt genoemd is dat wel. Dat is de Millenniumtempel. Deze tempel is wel Gods heiligdom. Tijdens het Duizendjarige rijk gelden andere regels dan nu. De mensen zullen dan weer offers moeten brengen. Deze Millenniumtempel wordt beschreven in Ezechiël 40. Dit gegeven van de rijkdom en de tempel is dus ook een sterke aanwijzing dat de inval van Gog zal plaatsvinden aan het einde van het Duizendjarige rijk, als Israël na vele honderden jaren van voorspoed overloopt van rijkdom. 

Valt Gog Israël aan, aan het einde van het Millennium?

Zetten we de belangrijkste punten dan nog eens op een rij, dan zien we dat: De aanval van Gog en Magog vindt plaats als het land is hersteld van de oorlog, alle Joden zijn uitgeleid uit de heidenvolkeren; Israël woont in een ‘niet ommuurd land’ dat wil zeggen, zonder zich te verdedigen tegen aanvallen en het land zeer rijk is. Deze zaken zullen voor Israël nooit beter zijn vervuld dan aan het einde van het Duizendjarige vrederijk.

Als we dit alles zo bezien is het duidelijk dat Gog aan het einde van het Duizendjarige rijk, Israël zal binnenvallen. Maar, zoals we al stelden, er zijn ook sterke aanwijzingen dat Gog Israël zal binnenvallen op een heel ander moment dan aan het einde van het Millennium. Welke aanwijzingen zijn dat dan? 

Valt Gog Israël aan voor het Millennium?

Dat Gog voor of na het Millennium Israël aanvalt is niet overal zo duidelijk. In Ezechiël staat, zo lezen we hieronder, dat God Gog zal gebruiken om Zijn naam te heiligen. Het is misschien onverwacht, maar dit gegeven zegt ook iets over het moment waarop Gog Israël binnenvalt.

God heiligt Zich door Gog (Ezechiël 38:14-16)

Vanaf vers zestien spreekt God erover dat het uiteindelijke doel is om Zijn naam te heiligen. Wat betekent dit voor ons? 

14Profeteer daarom, mensenkind, en zeg tegen Gog: Zo zegt de Heere HEERE: Zult u het op die dag, wanneer Mijn volk Israël onbezorgd woont, niet te weten komen? 15U zult uit uw woonplaats komen, uit het uiterste noorden, u en vele volken met u, allen ruiters, een grote menigte en een talrijk leger. 16U zult als een wolk optrekken tegen Mijn volk Israël om het land te bedekken. Het zal gebeuren in later tijd. Dan zal Ik u over Mijn land doen komen, zodat de heidenvolken Mij kennen, wanneer Ik door u, Gog, voor hun ogen geheiligd word.

Hier staat in vers veertien nog wel dat Israël onbezorgd woont. Dit lijkt dus nog te gaan over het einde van het Millennium, maar dan wordt er plotseling over gesproken dat God Zijn naam zal heiligen door Gog? Wat is deze heiliging en is het logisch dat dit zal gebeuren aan het einde van het Millennium?

Gods heiligheid

God zegt tegen Ezechiël dat als Hij Gog verslaat, dat dat tot doel heeft dat de heidenvolken Hem leren kennen. Dit zal gebeuren als ze Gods macht en heiligheid zien. Als Jezus terugkomt, komt Hij niet alleen. Hij komt met een hemels leger, dat straalt als de zon.

11En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard, en Hij Die daarop zat, werd getrouw en waarachtig genoemd. En Hij oordeelt en voert oorlog in gerechtigheid. 12En Zijn ogen waren als een vuurvlam en op Zijn hoofd waren vele diademen. Hij had een naam, die opgeschreven was, en die niemand kent dan Hijzelf. 13En Hij was bekleed met een in bloed gedoopt bovenkleed, en Zijn naam luidt: Het Woord van God. 14En de legers in de hemel volgden Hem op witte paarden, gekleed in fijn linnen, wit en smetteloos. (Openbaring 19)

Hierover lezen we in de profetie van Ezechiël:

23Zo zal Ik Mijn grootheid tonen en Mij heiligen en voor de ogen van vele heidenvolken bekend worden. Dan zullen zij weten dat Ik de HEERE ben. (Ezechiël 38)

Als Jezus komt maakt Zijn heiligheid grote indruk. Wat is heiligheid? Hoe is dat te omschrijven. De gelovigen van het Nieuwe Testamant wijzen graag op Gods liefde, maar dat is slechts één kant van God. God is niet alleen liefdevol, maar ook rechtvaardig, machtig, heilig en nog veel meer. Als Mozes in de woestijn de brandende braamstruik ziet en gaat kijken zegt God dat hij zijn schoenen moet uitdoen omdat hij op heilige grond staat (Exodus 3:5). Later komt Mozes met het volk op diezelfde plaats en dan toont God zich aan hen:

16En het gebeurde op de derde dag, toen het morgen werd, dat er op de berg donderslagen, bliksemflitsen en een zware wolk waren, en zeer sterk bazuingeschal, zodat al het volk dat in het kamp was, beefde. 17Mozes leidde het volk uit het kamp, God tegemoet. Zij stonden onder aan de berg. 18De berg Sinaï was geheel in rook gehuld, omdat de HEERE er in vuur neerdaalde. De rook ervan steeg omhoog als de rook van een oven, en heel de berg beefde hevig. 19Het bazuingeschal werd gaandeweg zeer sterk. Mozes sprak en God antwoordde hem met een stem.

20Toen daalde de HEERE neer op de berg Sinaï, op de top van de berg. De HEERE riep Mozes naar de top van de berg en Mozes klom naar boven. 21De HEERE zei tegen Mozes: Ga naar beneden, waarschuw het volk! Anders zullen zij doordringen tot de HEERE om Hem te zien en zullen velen van hen vallen. (Exodus 19)

De berg was afgezet omdat als het volk of zelfs hun vee de berg maar zou aanraken, zij dan zouden sterven. De heiligheid van God kan zeer beangstigend zijn. Zijn heiligheid maakt grote indruk op de mensen die dit hebben ervaren. De volken van de aarde zullen, als Jezus neerdaalt en als ze zien wat er met Gog en Magog is gebeurd, diep ontzag hebben voor God.  

Wanneer heiligt God zich door Gog? 

In vers zestien zegt God: “Dan zal Ik u (Gog) over Mijn land doen komen, zodat de heidenvolken Mij kennen, wanneer Ik door u, Gog, voor hun ogen geheiligd word.” De vraag is nu: Heiligt God zich aan de heidenvolken aan het einde van de het Duizendjarige vrederijk of doet Hij dat aan het einde van de grote Verdrukking? 

Heiligt God Zich aan de volken aan het einde van het Duizendjarige vrederijk?

Om een antwoord op deze vraag te krijgen is het van belang iets dieper in te gaan op de context van het Duizendjarige vrederijk. Wat is dat Duizendjarige rijk en waarom zal het er zijn? Is dit Millennium zomaar een aanhangsel van duizend jaar aan de duur van de aarde? Wat valt er in het kort over deze merkwaardige periode te zeggen? 

Wanneer begint het Millennium?

Het Duizendjarige rijk begint na de strijd te Armageddon. In Openbaring 16 wordt beschreven dat de legers van de aarde zich te Armageddon verzamelen voor de oorlog van God. Het is moeilijk voor te stellen dat de leiders van de wereld zo hoogmoedig zullen zijn dat ze hun legers naar het Midden-Oosten sturen met de intentie om oorlog te voeren tegen God Zelf. Hun strijd zal, zo blijkt uit informatie die we bijvoorbeeld vinden in Zacharia (14) gericht zijn tegen Israël. Als Israël bijna ten onder gaat, daalt Christus van de hemel neer en de strijd is dan snel beslist in een enorm bloedbad. 

Wie gaan het Duizendjarige rijk binnen?

Er zullen aan het einde van de grote Verdrukking als de strijd bij Armageddon is aangebroken, grote legers zijn verzameld aan de grens van Israël. Als de strijd voorbij is hebben maar weinigen van de verzamelde militairen, of misschien zelfs wel geen enkele van hen, dit overleefd. Toch was niet de hele wereldbevolking voor die strijd gemobiliseerd. Wie de oorlog op afstand heeft gadegeslagen en nog leeft als Jezus is neergedaald, gaat het Duizendjarige rijk in. 

De bruiloft van het Lam

Het Duizendjarige rijk is een bijzondere periode. Als we Openbaring (19-20) goed lezen, dan blijkt dat die periode is ingeklemd tussen twee teksten over de bruid (de kerk) van het Lam (Christus). 

Vlak voor Christus neerdaalt, staat in Openbaring (19:7), dat de bruiloft van het Lam is gekomen. Duizend jaar later (na het Duizendjarige rijk) als de nieuwe hemel en nieuwe aarde is aangebroken, beschrijft de Openbaring (21:2) dat de bruid, voor haar man gereed van de hemel neerdaalt. De bruid daalt niet eerder af naar haar man, dan wanneer de bruiloft achter de rug is.

Er staan twee gelijkenissen over een bruiloftsfeest in de Evangeliën. Jezus vergelijkt het koninkrijk der hemelen met een koning die voor zijn zoon (Christus) een bruiloft aanrichtte. Hij zei:

2Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een koning, die voor zijn zoon een bruiloft aanrichtte. 3En hij zond zijn slaven uit om de ter bruiloft genodigden te roepen, doch zij wilden niet komen. 4Wederom zond hij andere slaven uit, met de boodschap: Zegt de genodigden: Zie, ik heb mijn maaltijd bereid, mijn ossen en gemeste beesten zijn geslacht en alles is gereed; komt tot de bruiloft. 5Maar zij sloegen er geen acht op en gingen heen, de een naar zijn akker, de ander naar zijn zaken. 6De overigen grepen zijn slaven, en zij mishandelden en doodden hen. 7En de koning werd toornig, en hij zond zijn legers uit en verdelgde die moordenaars en stak hun stad in brand. 

8Toen zeide hij tot zijn slaven: De bruiloft is wel gereed, maar de genodigden waren het niet waard. 9Gaat daarom naar de kruispunten der wegen en nodigt allen, die gij aantreft tot de bruiloft. 10En die slaven gingen naar de wegen en verzamelden allen, die zij aantroffen, zowel slechten als goeden. En de bruiloftszaal werd vol met hen, die aanlagen. (Mattheüs 22)

Uit wat Jezus hier zegt over de mensen die naar de bruiloft komen, blijkt dat dit geen gelovigen zijn. Uit niets van wat Jezus zegt blijkt dat deze mensen die genodigd zijn zich hebben bekeerd en zijn gedoopt. Uit het beeld dat ontstaat is er geen reden om aan te nemen dat ze de Bijbel kennen en wellicht hebben de meesten van hen zelfs nog nooit van Christus gehoord. De mensen verdienen hun toegang tot de bruiloft ook niet door hun goede werken. Jezus zegt dat het slechte en goede mensen zijn. Een vergelijkbare gelijkenis staat in Lukas.

16Een zekere man bereidde een grote maaltijd en nodigde er velen. 17En hij stuurde zijn slaaf eropuit tegen de tijd van de maaltijd om de genodigden te zeggen: Kom, want alle dingen zijn nu gereed. 18En zij begonnen zich allen één voor één te verontschuldigen. De eerste zei tegen hem: Ik heb een akker gekocht en ik moet er nodig op uit om die te bekijken. Ik vraag u: Houd mij voor verontschuldigd. 19En een ander zei: Ik heb vijf span ossen gekocht en ik ga erheen om ze te keuren. Ik vraag u: Houd mij voor verontschuldigd. 20En weer een ander zei: Ik heb een vrouw getrouwd en daarom kan ik niet komen. 21En die slaaf kwam terug en berichtte deze dingen aan zijn heer. 

Toen werd de heer des huizes boos en zei tegen zijn slaaf: Ga er snel op uit naar de straten en stegen van de stad en breng de armen en verminkten en kreupelen en blinden hier binnen. 22En de slaaf zei: Heer, het is gebeurd, zoals u bevolen hebt en nog is er plaats. 23En de heer zei tegen de slaaf: Ga eropuit naar de landwegen en heggen en dwing hen binnen te komen, opdat mijn huis vol wordt. 24Want ik zeg u dat niemand van die mannen die genodigd waren, mijn maaltijd proeven zal. (Lukas 14)

In deze gelijkenis worden ongeveer dezelfde zaken genoemd als die in Mattheüs. De heer dwingt de zwervers, de armen, verminkten, kreupelen en blinden om binnen te gaan. Deze mensen die hier worden genoemd zijn op dat moment de zwervers van de aarde. De voorwaarde om binnen te mogen komen is in eerste instantie niet dat ze zich eerst moeten bekeren: deze mensen worden gedwongen om binnen te komen. 

Dit wat hier wordt beschreven lijkt op het einde van de grote Verdrukking. Als Jezus terugkeert op de aarde zendt Hij zijn engelen uit om zijn uitverkorenen bijeen te verzamelen (Mattheüs 24:30-31). Deze uitverkorenen zijn niet de kerk. De kerk is dan al in de hemel en ze heeft zich reeds gereed gemaakt voor de bruiloft. Deze uitverkorenen waar Jezus het over heeft, zijn de gelovigen vanuit de Verdrukking. Zij worden beschreven in Openbaring 7 als de schare die zo groot is dat niemand deze kan tellen. Deze mensen die door de engelen worden verzameld, zijn het die het getal van het beest hebben geweigerd maar nog niet door hem zijn gedood (Openbaring 13).

De situatie na de Verdrukking is zo dat een enorm deel van de mensheid wereldwijd in de natuurrampen, oorlogen en hongersnoden is omgekomen. Een ander groot deel van de mensen is door de Antichrist gedood omdat ze zijn teken niet op hun hand of voorhoofd wilden accepteren. Nog een ander deel van de mensen wordt door de engelen verzameld als Jezus komt. Er zijn echter ook nog miljoenen die volkomen verarmd zijn in de Verdrukking. Massa’s van hen (de goede slechten) zullen, arm, verminkt, kreupel of blind zijn. Dit soort mensen zijn door alle eeuwen heen de struikrovers langs de landwegen en achter de heggen geweest. “Ga naar de hoeken van de straten en dwing deze mensen om binnen te komen, want de bruiloftszaal zal vol zijn” zegt God. 

De genodigden zijn afgewezen en hun stad (Babylon) is in brand gestoken, maar de armen en verminkten, mogen/moeten(!) binnenkomen. Deze gasten zijn geen beeld van de kerk. Er wordt nergens in de Bijbel gesproken over God die slechte mensen dwingt om de kerk binnen te gaan.

Wat gebeurt er na het Duizendjarige rijk?

Maar hoe zit het dan met deze goede en slechte mensen, maar vooral zij; de slechten, die ‘gedwongen worden om binnen te komen’? Horen ze bij de gelovigen? Hoe valt te weten wat ze zullen doen als ze onder druk zullen komen te staan? Gaan deze mensen na het Duizendjarige rijk mee naar de nieuwe aarde? En zo ja, zullen zij zich daar van harte aan God onderwerpen? Ze hebben nooit voor of tegen God gekozen. Ze hebben nooit onder dezelfde omstandigheden als anderen in de geschiedenis, vrijwillig voor of tegen Hem gekozen. Hoe valt te weten of ze niet tegen Hem zullen rebelleren? Als ze dat zouden doen dat zou dat als gevolg kunnen hebben dat de zonden en dood opnieuw zullen losbreken op de nieuwe aarde. Dat is de reden waarom de duivel wordt losgelaten. Hij wordt losgelaten om die mensen de kans te geven een keuze te maken. 

Moet God, aan het einde van de Duizendjarige rijk, zich nog betonen als de Heilige voor de wereld?

De mensen die leven tijdens het Duizendjarige rijk, zijn zeer bevoorrecht. Ze hebben om te beginnen al het geluk dat ze de grote Verdrukking hebben overleefd. Ze hebben na de Verdrukking nooit meer oorlog of economische tegenslag gekend. Na duizend jaar economische voorspoed zouden ze steenrijk kunnen zijn en in prachtige huizen wonen. In geestelijk opzicht hebben ze duizend jaar lang kans gehad om God te leren kennen en Zijn wil te begrijpen. 

In onze tijd zijn er massa’s mensen die dit voorrecht niet hebben. Velen zijn verleid door valse religies of de atheïstische liberale filosofie van het liberalisme met haar evolutiemythe dat alles uit niets zou zijn ontstaan. Bovengenoemde mensen hebben dat allemaal niet hoeven meemaken. 

Jesaja beschrijft hoe de volkeren van de wereld God zullen vrezen tijdens het Duizendjarige rijk:

2En het zal geschieden in het laatste der dagen: dan zal de berg van het huis des HEREN vaststaan als de hoogste der bergen, en hij zal verheven zijn boven de heuvelen. En alle volkeren zullen derwaarts heenstromen 3en vele natiën zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg des HEREN, naar het huis van de God Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en des HEREN woord uit Jeruzalem. 4En Hij zal richten tussen volk en volk en rechtspreken over machtige natiën. (Jesaja 2)

Elders zegt Jesaja hierover:

12Want het volk en het koninkrijk die u niet zullen dienen, zullen vergaan en die volken zullen totaal verwoest worden. (Jesaja 60)

De volkeren van de wereld zullen tijdens het Duizendjarige rijk God moeten dienen of ze het leuk vinden of niet. Aan het einde van het Duizendjarige rijk weet heel de wereld uit eigen ervaring hoe een leven onder de regering van God eruitziet. Ze hebben Christus in Zijn heiligheid van de hemel zien neerdalen aan het einde van de Verdrukking en ze hebben duizend jaar lang geleefd onder Zijn regering. Oftewel het moment waarop de heidenvolken Hem hebben leren kennen ligt dan al lang achter de rug. Toch zijn er velen die de regering van Christus tijdens het Millennium maar niks vinden. David profeteert over hen in de tweede Psalm:

1Waarom woeden de heidenvolken en bedenken de volken wat zonder inhoud is? 2De koningen van de aarde stellen zich op en de vorsten spannen samen tegen de HEERE en tegen Zijn Gezalfde 3Laten wij Hun banden verscheuren en Hun touwen van ons werpen! (Psalm 2)

Wat zegt ons dit over het leren kennen van Gods heiligheid? 

De volken van de aarde kennen aan het einde van het Millennium de heiligheid van God zeer goed. Aan het einde van het Duizendjarige vrederijk weet elke heiden en elk volk van de wereld, hoe groot en machtig God is. Waarom zou God dan na het Duizendjarige rijk de wereld hier nog eens op gewelddadige manier van willen overtuigen? 

De kennis van Gods heerlijkheid en Zijn macht leidt er echter niet toe dat alle mensen zich daarnaar zullen gedragen. Velen spannen zich na het Duizendjarige rijk in om Gods wetten, die ze als strakke banden hebben ervaren, af te werpen. 

Als er beschreven staat dat het doel van de aanval van Gog en Magog is Gods heiligheid bekend te maken, dan lijkt dat dus niet te gaan over de tijd na het Duizendjarige rijk; de volken hebben daar al kennis van.

Heiligt God zich aan het einde van de Verdrukking?

Dit alles overzien hebbend is het aannemelijker dat God Zijn heiligheid zal tonen aan het einde van de Verdrukking. Aan het einde van de Verdrukking, zo zagen we, daalt Christus in al zijn toorn, macht en heerlijkheid neer. Over dat moment staat in Ezechiël:

18Op die dag zal het gebeuren, op de dag dat Gog over het land van Israël komt, spreekt de Heere HEERE, dat Mijn grimmigheid in Mijn neus zal opstijgen 19Want in Mijn na-ijver, in het vuur van Mijn verbolgenheid, heb Ik gesproken: 

Voorwaar, op die dag zal een zware aardbeving het land van Israël treffen! 20De vissen in de zee, de vogels in de lucht, de dieren van het veld, al de kruipende dieren die op de aardbodem kruipen, en alle mensen die op de aardbodem zijn, zullen voor Mijn aangezicht beven. De bergen zullen omvergehaald worden, de bergwanden zullen instorten en alle muren zullen op de grond neervallen. (Ezechiël 38)

Deze zaken beschrijft de Openbaring ook. Johannes beschrijft de aardbeving en de bergen in zijn profetie:

12En ik zag toen het Lam het zesde zegel geopend had, en zie, er kwam een grote aardbeving, en de zon werd zwart als een haren zak, en de maan werd als bloed, 13en de sterren van de hemel vielen op de aarde, zoals een vijgenboom zijn onrijpe vijgen afwerpt als hij door een harde wind wordt geschud 13en de sterren van de hemel vielen op de aarde, zoals een vijgenboom zijn onrijpe vijgen afwerpt als hij door een harde wind wordt geschud. 14En de hemel week terug als een boekrol die wordt opgerold. En alle bergen en alle eilanden werden van hun plaats gerukt. 15En de koningen van de aarde, de groten, de rijken, de oversten over duizend, de machtigen en alle slaven en vrije mensen verborgen zich in de grotten en tussen de rotsen in de bergen. 16En zij zeiden tegen de bergen en de rotsen: Val op ons en verberg ons voor het aangezicht van Hem Die op de troon zit, en voor de toorn van het Lam. (Openbaring 6)

Ezechiël gaat verder:

21Op al Mijn bergen zal Ik een zwaard tegen hem oproepen, spreekt de Heere HEERE. Ieders zwaard zal tegen zijn broeder zijn. 22Ik zal met hem een rechtszaak voeren door pest en door bloed. Ik zal een alles wegspoelende regen, en hagelstenen, vuur en zwavel op hem doen regenen, op zijn troepen en op de vele volken die met hem zijn. (Ezechiël 38)

Dit zwaard en de pest worden beschreven bij het openen van het tweede en vierde zegel van de boekrol (Openbaring 6:4-8). De eerste bazuin beschrijft de regen van hagel en bloed vermengd met vuur. (Openbaring 8:7)

De hagel, bliksemstralen, donderslagen worden door Johannes beschreven aan het einde van de Verdrukking.

19En de tempel van God in de hemel werd geopend en de ark van Zijn verbond werd zichtbaar in Zijn tempel. En er kwamen bliksemstralen, stemmen, donderslagen, een aardbeving en grote hagel. (Openbaring 11)

Vooral die hagel, als het niet zo gruwelijk was, is fascinerend om over te lezen. Hierover beschrijft de Openbaring:

21En grote hagelstenen, elk ongeveer een talent zwaar, vielen uit de hemel op de mensen neer. Maar de mensen lasterden God vanwege de plaag van de hagel, want de plaag van de hagel was zeer groot. (Openbaring 16) 

Een talent is dertig kilo. De ravage die een stortbui van deze omvang zal veroorzaken is enorm. God zegt hierover tegen Job (het oudste boek van de Bijbel): 

22Bent u gekomen bij de schatkamers van de sneeuw? Hebt u de schatkamers van de hagel gezien, 23die Ik achterhoud voor de tijd van benauwdheid, voor de dag van strijd en oorlog? (Job 38)

God heeft de hagel voor de dag dat Jezus zou terugkomen op aarde al duizenden jaren klaarliggen. Of dit verwijst naar de inslag van een meteoor op de noord- of zuidpool wat ijs in de dampkring zal brengen wat onder geweld zal neerslaan? Wie zal het zeggen.

Op die dag toont God bij Armageddon, Zijn macht aan de wereld als Hij in een handomdraai de legers van de natiën, waaronder die van Gog en Magog, die zich hebben geschaard onder de Antichrist, vernietigt. Over dit moment staat in Openbaring (19):

11En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard, en Hij Die daarop zat, werd getrouw en waarachtig genoemd. En Hij oordeelt en voert oorlog in gerechtigheid. 12En Zijn ogen waren als een vuurvlam en op Zijn hoofd waren vele diademen. Hij had een naam, die opgeschreven was, en die niemand kent dan Hijzelf. 13En Hij was bekleed met een in bloed gedoopt bovenkleed, en Zijn naam luidt: Het Woord van God. 14En de legers in de hemel volgden Hem op witte paarden, gekleed in fijn linnen, wit en smetteloos. 15En uit Zijn mond kwam een scherp zwaard, opdat Hij daarmee de heidenvolken zou slaan. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren staf. En Hij treedt de wijnpersbak van de wijn van de grimmige toorn van de almachtige God. (Openbaring 19)

Hier staat dat Christus oorlog voert; dat Hij de heidenvolken zal slaan met een scherp zwaard; dat Hij deze volken zal hoeden met een ijzeren staf en dat Hij deze volken zal treden alsof zij druiven zijn in een wijnpersbak. 

Zetten we dit op een rij, dan is de meest logische verklaring dat de informatie dat God Gog en Magog gebruikt om de heidenvolken Zijn heiligheid te leren, verwijst naar de oorlog van Armageddon. Dat is dus aan het einde van de grote Verdrukking. 

Is dit dan in strijd met wat we eerder zagen over Gog en dat hij Israël zou aanvallen als het van de oorlog te Armageddon is hersteld? Dat Gog dat zal doen als alle Joden terug zijn in hun land en als Israël zeer rijk is? Kortom allemaal zaken die leken te wijzen naar het einde van het Duizendjarige rijk? 

Hier eindigt het achtendertigste hoofdstuk van Ezechiël. De profetie over Gog en Magog gaat verder in het volgende hoofdstuk. Wat vinden we daar nog aan informatie wat ons kan helpen om te begrijpen wanneer de profetie over Gog en Magog zal worden vervuld?

Ezechiël 39

In de eerste verzen van hoofdstuk 38 vonden we argumenten die erop wezen dat Gog Israël zou binnenvallen aan het einde van het Duizendjarige vrederijk. Hier in hoofdstuk 39 vinden we veel informatie die beter te begrijpen is bij het idee dat Gog Israël zal binnenvallen na de Verdrukking. 

God zal zich aan zijn volk bekendmaken (Ez. 39:1-5)

In de volgende tekst wordt erover gesproken dat God zich aan de heidenvolken als de Heilige zal openbaren, en dat Hij zich zal bekendmaken aan Zijn volk Israël. Dit idee is in de besproken hoofdstukken van Ezechiël nog niet eerder aan de orde geweest:

1En u, mensenkind, profeteer tegen Gog, en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zál u, Gog, oppervorst van Mesech en Tubal! 2Ik zal u omkeren, u meeslepen, u doen optrekken uit het uiterste noorden en u op de bergen van Israël brengen, 3maar Ik zal uw boog uit uw linkerhand slaan, en uw pijlen uit uw rechterhand doen vallen.

4Op de bergen van Israël zult u vallen, u en al uw troepen, en de volken die met u zijn. Ik heb u aan allerlei soorten roofvogels en aan de dieren van het veld tot voedsel gegeven.

5Op het open veld zult u vallen, want Ík heb het gesproken, spreekt de Heere HEERE. 6Ik zal vuur zenden in Magog en onder hen die onbezorgd de kustlanden bewonen. Dan zullen zij weten dat Ik de HEERE ben. 7Ik zal Mijn heilige Naam te midden van Mijn volk Israël bekendmaken en Mijn heilige Naam niet langer laten ontheiligen. Dan zullen de heidenvolken weten dat Ik de HEERE ben, de Heilige in Israël. 

Wat betekent het dat God zich als de heilige zal betonen aan de heidenvolken en Zich zal bekendmaken aan Zijn volk? Is dit aan het einde van het Millennium of aan het einde van de Verdrukking? 

Paulus schrijft over het moment dat God Zich zal openbaren aan de Joden:

25Want ik wil niet, broeders, dat u geen weet hebt van dit geheimenis (opdat u niet wijs zou zijn in eigen oog), dat er voor een deel verharding over Israël is gekomen, totdat de volheid van de heidenen is binnengegaan. 26En zo zal heel Israël zalig worden, zoals geschreven staat: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob. (Romeinen 11)

Paulus zegt dat als (in het midden van de Verdrukking) de volheid van de heidenen (de antichrist in de tempel) is binnengegaan dat dan heel Israël zalig (behouden) zal worden.

Zacharia profeteerde over dat moment:

10 Maar over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem zal Ik de Geest van de genade en van de gebeden uitstorten. Zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken hebben. Zij zullen over Hem rouw bedrijven, als met de rouwklacht over een enig kind; en zij zullen over Hem bitter klagen, zoals men bitter klaagt over een eerstgeborene. (Zacharia 12)

God zal in (de tweede helft van) de verdrukking over de inwoners van Jeruzalem de geest van gebed uitstorten en zij (Jeruzalem-Israël) zullen over Christus, als Hij (drie-en-een-half jaar later, aan het einde van de Verdrukking) komt, bitter klagen. Ze zullen dan erkennen dat zij oog in oog staan met de eerstgeborene van God die ze hebben doorstoken (Johannes 19:34). 

We zullen dit prachtige onderwerp, hoe God zich openbaart aan Zijn volk, ter wille van de omvang, hier verder moeten laten rusten. Waar het om gaat is, dat dit moment waarover Ezechiël profeteert, niet is aan het einde van het Duizendjarige rijk. God zal Zich aan Israël openbaren in de grote Verdrukking. Dit idee wordt ook bevestigd door wat hierna wordt genoemd over het inzamelen van de oorlogsbuit waarover Ezechiël in de volgende verzen profeteert.

Het inzamelen van de oorlogsbuit (Ez. 39:8-10)

De volgende verzen wijzen waarover wordt gesproken bij het inzamelen van de oorlogsbuit. Dit inzamelen kan ook veel beter worden begrepen als dit gebeurt na de strijd bij Armageddon (aan het einde van de Verdrukking).

8Zie, het komt en zal gebeuren, spreekt de Heere HEERE. Dit is de dag waarover Ik gesproken heb. 9De inwoners van de steden van Israël zullen de stad uit gaan, een vuur aansteken en de wapens, de kleine en de grote schilden, de bogen en de pijlen, de handstokken en de speren verbranden. Zij zullen daarvan zeven jaar lang vuur stoken, 10zodat zij geen hout uit het veld hoeven te halen en niets uit de bossen hoeven te hakken, maar vuur kunnen stoken van de wapens. Zo zullen zij hun plunderaars plunderen en beroven wie hen beroofd hadden, spreekt de Heere HEERE.

Is het gegeven dat het volk Israël zeven jaar hun vuren zal stoken van de wapens en schilden die het leger van Gog heeft achtergelaten, een detail waar we iets mee kunnen? Wat zegt dit over het moment waarop dit plaatsvindt? Kan dat verzamelen van de wapens verwijzen naar het einde van het Duizendjarige vrederijk? Jesaja schrijft over dat vrederijk:

2Het zal in het laatste der dagen geschieden dat de berg van het huis van de HEERE vast zal staan als de hoogste van de bergen, en dat hij verheven zal worden boven de heuvels, en dat alle heidenvolken ernaartoe zullen stromen. 3Vele volken zullen gaan en zeggen: Kom, laten wij opgaan naar de berg van de HEERE, naar het huis van de God van Jakob; dan zal Hij ons onderwijzen aangaande Zijn wegen, en zullen wij Zijn paden bewandelen. 

Want uit Sion zal de wet uitgaan, en het woord van de HEERE uit Jeruzalem. 4Hij zal oordelen tussen de heidenvolken en veel volken vonnissen. En zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegscharen en hun speren tot snoeimessen. Geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen. Oorlog voeren zullen zij niet meer leren. (Jesaja 2)

Tijdens het Millennium zullen de mensen hun zwaarden: vliegdekschepen, raketten en machinegeweren omsmelten tot landbouwgereedschap. Aan het einde van het Duizendjarige rijk is de oorlogsindustrie verdwenen en is de kennis van de oorlogsindustrie (hopelijk geheel) verdwenen. Zwaarden en speren zijn echter snel gemaakt. Dit zou er dus op kunnen wijzen dat de aanval van Gog, plaats zou kunnen vinden aan het einde van het Duizendjarige rijk. 

Maar, als dit branden van het oorlogstuig van Gog zou plaatsvinden na het Duizendjarige rijk, dan lopen we tegen een ander probleem aan. Direct na de bestorming van Gog en Magog aan het einde van het Duizendjarige rijk, beschrijft de Bijbel, de komst van de nieuwe aarde. Het is ondenkbaar dat deze troep blijft liggen op de nieuwe aarde. Dat maakt het dus onwaarschijnlijk dat Israël na het Duizendjarige rijk de wapens van Gog en Magog van het slagveld zal halen om daar hun vuren mee te stoken.  

De wapens van Gog en Magog

Als de profetie van Ezechiël hier niet wijst naar de inval van Gog aan het einde van het Duizendjarige rijk, maar naar het einde van de Verdrukking, dan zijn de schilden, knotsen en zwaarden van Gog waarmee ze Israël binnenvalt een beschrijvingen van modern wapentuig. De vraag is dan: hoe kan Israël zeven jaar lang hun kachel stoken met machinegeweren, vliegtuigen et cetera? 

Wie wel eens (in de media hoop ik) een explosie van een wapenvoorraad heeft gezien, weet hoe enorm brandbaar vuurwapens zijn. Moderne wapens hebben veel meer brandbaar materiaal dan knotsen en speren. Hedendaagse legers hebben niet alleen brandstof voor tanks, vliegtuig- en raketmotoren en springstof voor wapens nodig. Als er atoomwapens tussen zitten, dan is het aantal branduren al snel enorm. Sowieso kan Israël haar staalimport zeven jaar opschorten om dat wat ze van het slagveld kan halen.

Het graf van Gog (Ez. 39:11-16)

Vanaf vers elf wordt gesproken over het begraven van Gog en Magog. Ook dat is een indicatie voor de tijd waarop de aanval plaats zal vinden.

11Op die dag zal het gebeuren dat Ik Gog daar in Israël een plaats voor een graf zal geven, het dal van de reizigers, dat reizigers de weg verspert, ten oosten van de zee. Daar zullen zij Gog en heel zijn menigte begraven en zullen het noemen: Dal van de menigte van Gog. 12Het huis van Israël zal hen begraven om het land te reinigen, zeven maanden lang. 13Heel de bevolking van het land zal begraven. En het zal hun tot een naam zijn op de dag dat Ik Mijzelf verheerlijk, spreekt de Heere HEERE.

14Ook zullen zij mannen afzonderen die voortdurend met de reizigers door het land trekken en hen die op het land achtergebleven zijn, begraven om het land te reinigen. Na verloop van zeven maanden moeten zij op onderzoek uitgaan. 15En als de reizigers door het land trekken en iemand een menselijk bot ziet, moet hij er een merkteken bij zetten, totdat de doodgravers het begraven hebben in het Dal van de menigte van Gog. 16(En Hamona is ook de naam van een stad.) Zo zullen zij het land reinigen.

Bij deze tekst lopen we aan tegen hetzelfde probleem dat we hadden bij het zeven jaar opstoken van de wapens van Gog en Magog. Over de inval van Gog staat in Openbaring (20): 

9En zij (de legers van Gog en Magog) kwamen op over de breedte van de aarde, en omsingelden de legerplaats van de heiligen en de geliefde stad. Maar er daalde vuur van God neer uit de hemel en dat verslond hen. 10En de duivel, die hen misleidde, werd in de poel van vuur en zwavel geworpen, waar ook het beest en de valse profeet reeds zijn. En zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheid. 

11En ik zag een grote witte troon, en Hem Die daarop zat. Voor Zijn aangezicht vluchtten de aarde en de hemel weg, zodat er geen plaats meer voor hen te vinden was. 12En ik zag de doden, klein en groot, voor God staan. En de boeken werden geopend en nog een ander boek werd geopend, namelijk het boek des levens. En de doden werden geoordeeld overeenkomstig wat in de boeken geschreven stond, naar hun werken. 13En de zee gaf de doden die in haar waren. Ook de dood en het rijk van de dood gaven de doden die in hen waren, en zij werden geoordeeld, ieder overeenkomstig zijn werken. 14En de dood en het rijk van de dood werden in de poel van vuur geworpen. Dit is de tweede dood. 15En als iemand niet bleek ingeschreven te zijn in het boek des levens, werd hij in de poel van vuur geworpen. 

1En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan. En de zee was er niet meer. (Openbaring 20:9-15,21:1)

Openbaring (20) beschrijft dat als Gog Jeruzalem heeft omsingeld, er vuur van God neerdaalt en de duivel in de poel van vuur wordt geworpen en dat direct daarna het oordeel voor Gods troon zal plaatsvinden. In de voorbereiding voor dat oordeel staat er, staan alle gestorvenen op uit de dood om te worden geoordeeld. Direct na dat oordeel is er de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Wat zou het nut zijn van het begraven van de lijken van Gog, als de graven direct daarna weer opengaan? 

Dit alles lijkt er dus op te wijzen dat de aanval van Gog niet zal plaatsvinden na het Duizendjarige rijk, maar aan het einde van de grote Verdrukking. Dit graf(monument) van Gog in het “Dal van de menigte van Gog” zal gedurende de komende duizend jaar Gog, maar ook de hele wereld aan hun optreden bij Armageddon herinneren en hoe dit is afgelopen. 

De waarschuwing zal echter niet veel helpen: de mensen vergeten spoedig de gebeurtenissen rondom de wederkomst, zoals de vroegere mensheid die rondom de Zondvloed en Israël die van de uittocht uit Egypte vergat. De goddeloosheid van Gog zal weer toeslaan zodra de duivel wordt losgelaten. 

Israël en de heidenvolken (Ez. 39:21-29)

Dit laatste deel van de profetie van Ezechiël wijst ook weer naar het oordeel van God tijdens de grote Verdrukking; dus voor het Duizendjarige rijk.

21Ik zal Mijn heerlijkheid onder de heidenvolken laten blijken. Alle heidenvolken zullen Mijn oordeel zien dat Ik geveld heb, en Mijn hand, die Ik op hen gelegd heb. 22Dan zullen zij die van het huis van Israël zijn, weten dat Ik, de HEERE, hun God ben, vanaf die dag en daarna. 

23Dan zullen de heidenvolken weten dat zij die van het huis van Israël zijn, om hun ongerechtigheid in ballingschap zijn gegaan. Omdat zij Mij ontrouw waren, verborg Ik Mijn aangezicht voor hen en gaf Ik hen in de hand van hun tegenstanders, zodat zij allen door het zwaard vielen. 24Overeenkomstig hun onreinheid en overeenkomstig hun overtredingen heb Ik met hen gehandeld en Ik heb Mijn aangezicht voor hen verborgen.

25Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Ik zal nu een omkeer brengen in de gevangenschap van Jakob, Ik zal Mij ontfermen over heel het huis van Israël en Ik zal het opnemen voor Mijn heilige Naam. 26Zij zullen hun schande moeten dragen, en heel hun trouwbreuk, die zij tegenover Mij gepleegd hebben toen zij onbezorgd in hun land woonden en er niemand was die hun schrik aanjoeg.

27Wanneer Ik hen uit de volken terugbreng en hen bijeenbreng uit de landen van hun vijanden, zal Ik door hen voor de ogen van veel heidenvolken geheiligd worden. 28Dan zullen zij weten dat Ik, de HEERE, hun God ben, omdat Ik hen onder de heidenvolken in ballingschap voerde, maar hen ook weer verzamelde in hun land en niemand van hen daarginds nog liet achterblijven.

29Ik zal Mijn aangezicht niet meer voor hen verbergen, wanneer Ik Mijn Geest over het huis van Israël heb uitgestort, spreekt de Heere HEERE.

In deze situatie worden de dezelfde aspecten beschreven die ook eerder werden genoemd. Het gaat er hier weer over hoe God de heidenvolken zijn heiligheid zal openbaren en hoe Hij zich zal openbaren aan zijn volk Israël. Over hoe God zich zal openbaren aan zijn volk zagen we hiervoor in de tekst van Zacharia:

10Maar over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem zal Ik de Geest van de genade en van de gebeden uitstorten. Zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken hebben. Zij zullen over Hem rouw bedrijven, als met de rouwklacht over een enig kind; en zij zullen over Hem bitter klagen, zoals men bitter klaagt over een eerstgeborene. (Zacharia 12:10)  

Over het heiligen aan de heidenvolken zegt Zacharia. 

16Het zal geschieden dat al de overgeblevenen van alle heidenvolken die tegen Jeruzalem zijn opgerukt, van jaar tot jaar zullen opgaan om zich neer te buigen voor de Koning, de HEERE van de legermachten, en om het Loofhuttenfeest te vieren. (Zacharia 14:16)

De heidenvolken zullen na de Verdrukking God verplicht moeten dienen. Dit alles wijst er dus op dat God door de heidenvolken zal worden geheiligd, voor het Duizendjarige rijk begint.

Hoe zit het nu: is de Ezechiël oorlog nu voor de verdrukking, aan het einde daarvan of aan het einde van het Millennium?

De vraag die centraal stond in dit kleine onderzoek was of Ezechiël 38 de oorlog plaatst aan het begin of aan het einde van de grote Verdrukking, of aan het einde van het Duizendjarige rijk. 

Vanaf vers 1- 16 van hoofdstuk 38 leek alles erop te wijzen dat Gog Israël zou binnenvallen aan het einde van het Duizendjarige rijk. En vanaf vers 16 tot het einde van hoofdstuk 39 wees alles erop dat Gog dat zou doen aan het einde van de grote Verdrukking. Hoe kan dat? Is dit tegenstrijdig? 

Dit lijkt tegenstrijdig als we ervan uit zouden gaan dat de profetie een enkelvoudige boodschap heeft. Maar dat heeft het niet altijd. Voor een geoefende Bijbellezer, is dit niet zo bijzonder. Wij zouden als mens graag van God horen hoe het nu zit: is het nu het ene of het andere; komt Gog nu voor de verdrukking er na, of na het Duizendjarige rijk? Wij zouden het dan ook nog fijn vinden als in die twee profetieën ook zou staan wat de relatie van Gog is met de Antichrist. 

De geoefende lezer weet dat God zijn profetieën dikwijls niet op die manier geeft. Profetieën laten zich vaak niet lezen als de krant van de toekomst. Dit maakt ook dat wij, die de profetieën bestuderen, dit heel zorgvuldig moeten doen. Waar we erg voor op onze hoede moeten zijn is ook dat het beeld dat het eerst in ons hoofd ontstaat of dat het meest logische lijkt, ons denken blokkeert of domineert. 

Een voorbeeld waarin verschillende zaken door elkaar lijken te lopen in één profetie, vinden we in Psalm 22. Ogenschijnlijk lijkt deze Psalm over David, die hem schreef, te gaan. Maar zonder dat dit wordt aangekondigd, gaat de tekst plotseling over naar een betekenis die verder gaat dan dat.

1Een psalm van David om voor te zingen. Van de hinde, die vroeg gejaagd wordt. Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten? Ik kerm, maar mijne hulp is ver. 2Mijn God, bij dag roep ik, zo antwoordt Gij niet; en des nachts zwijg ik ook niet. 3Maar Gij zijt heilig, Gij, die onder de lofgezangen van Israël woont. 4Onze vaders hoopten op U; en toen zij hoopten, hielp Gij hen uit; 5tot U riepen zij en werden gered, zij hoopten op U en werden niet te schande. 

De Psalm begint met ‘mijn’ (enkelvoud) God (waarom heeft u mij verlaten). Daarna gaat het over ‘onze’ (meervoud) vaders die op God hoopten, alsof David de Psalm niet alleen schreef. Hierna gaat de Psalm in enkelvoud verder over wat op zowel op David als Christus kan slaan:

6Maar ik ben een worm en geen mens, een spot der lieden en ene verachting des volks. 7Allen, die mij zien, bespotten mij; zij steken de tong uit en schudden het hoofd: 8Hij klage het den Heer, dat die hem helpe en hem redde, dewijl Hij lust aan hem heeft! 9Want Gij hebt mij uit den moederschoot getogen, Gij waart mijn toeverlaat, toen ik nog aan de borst mijner moeder lag; 10op U ben ik geworpen sinds mijne geboorte, Gij zijt mijn God van den moederschoot af. 

Hierna gaat de focus steeds meer naar Christus:

11Wees niet verre van mij, daar de angst nabij en er geen helper is. 12Grote varren hebben mij omsingeld, sterke stieren hebben mij omringd: 13hunnen muil sperren zij tegen mij open, als een brullende en verscheurende leeuw. 14Ik ben uitgegoten als water, al mijn beenderen hebben zich van één gescheiden; mijn hart is in mijn lijf als gesmolten was. 15Mijn krachten zijn verdroogd als een potscherf, en mijn tong kleeft aan mijn gehemelte; en Gij legt mij in het stof van de dood neder.

Wie het evangelie kent, herkent hierin de zaken die hierna worden beschreven rondom de kruisiging. Onderstaande is nog maar moeilijk als een beschrijving van het leven van David, maar eenvoudig als die van Christus aan het kruis te zien, die was omringd door de honden (heidenen):

16Want honden hebben mij omringd en een rot van boosdoeners heeft zich rondom mij gevoegd; zij hebben mijne handen en voeten doorboord. 17Ik kan al mijne beenderen tellen, en zij aanschouwen het en zien met wellust op mij. 18Zij delen mijne klederen onder zich, en werpen het lot over mijn gewaad. 19Maar Gij, Heer, wees niet verre, mijne sterkte, haast U om mij te helpen. 

De ‘beesten’ omringen Christus, Hij is uitgegoten als water, Zijn dood; Zijn beenderen zijn (door het hangen ontwricht), Zijn dorst, Zijn dood; het lot dat werd geworpen over Zijn kleding enzovoort. 

21Red mijne ziel van het zwaard, mijne enige uit de macht der honden.21Help mij uit den muil van den leeuw, en red mij van den eenhoorn. 22Ik wil uwen naam mijnen broederen prediken, ik wil U in de gemeente roemen. 23Roemt den Heer, gij die Hem vreest; Hem ere al het zaad van Israël. (Psalm 22)

Zouden we de Psalm lezen als de emotionele uitingen van David die worstelt met zijn gevoel dat God hem zou hebben verlaten, dan zouden we de details van de tekst niet begrijpen. Begrijpen we dat de Psalm voor een deel profetisch is, dan dringt zich wellicht de vraag op: waarom staat het er zo door elkaar geschreven? Gaat het hier nu om het moment van de geboorte van Christus (Gij zijt mijn God van de moederschoot af (dit kan niemand dan Jezus zeggen)). Gaat het om het moment dat God Christus neerlegt in het stof van de dood? Gaat het om het verzuchten van David dat hun voorouders wonderen van God verwachten?

Profetieën laten zich vaak op die manier lezen. Dat is ook het geval bij de profetieën over Gog en Magog. De tekst gaat van een profetie over één moment in de toekomst, naar meerdere gebeurtenissen op verschillende tijden in de toekomst. In het begin gaat het over de rol van Gog na het Duizendjarige rijk en daarna gaat deze over Gog tijdens de grote Verdrukking. Slechts de context wijst ons de weg.

Waarom loopt dit zo door elkaar, heb ik mij dikwijls afgevraagd. Waarom profeteert God zo nadrukkelijk over de rol van Gog en Magog en over diens optreden aan het einde van het Duizendjarige rijk om daarna verder te gaan met diens rol tijdens de grote Verdrukking? 

Een verklaring die voor mij bevredigend is, is dat God Gog (Rusland en de mensen in zijn kielzog) nadrukkelijk waarschuwt. Hij waarschuwt hen die aan het einde van het Duizendjarige rijk in opstand willen gaan komen. Dat doet God door hen te wijzen op hun eerdere, vergelijkbare optreden bij Armageddon, aan het einde van de Verdrukking. 

Dat doet God niet om Gog zelf te redden, maar de mensen die hij in zijn opstand wil meeslepen. Voor Gog zelf is er geen hoop: God Zelf is het die Gog de ‘haken in zijn kaken slaat’ om hem naar zijn bestemming in Israël te slepen. Gog haat God in al veel eerder dan het moment dat de duivel in hem zal varen als deze tijdelijk uit zijn gevangenis wordt vrijgelaten. Het is aan de mensen die hij zal proberen te verleiden om hem te weerstaan. De mensen in het Duizendjarige rijk zullen onvoorstelbaar oud worden (Jesaja 65:20). De mogelijkheid bestaat dat er zelfs nog zullen leven die het zich zullen kunnen herinneren hoe Armageddon is verlopen. Zij zullen weten hoe onverstandig het was dat de landen van de wereld zich hadden laten verleiden aan het einde van de Verdrukking, zoals beschreven in Openbaring (16). Het zijn de mensen van de wereld en de volken die in deze profetie worden genoemd die gewaarschuwd worden voor Gog.

God waarschuwt hen hier op een manier die bijna niet duidelijker kan. De kinderen van Gog zullen zich schamen voor het feit dat de kennis die hun ouders had kunnen redden voor ze trokken naar (hun graf) in Israël, toen al voor hun neus in de Bijbel stond. God zal hen er in het Duizendjarige rijk op wijzen dat er over hun volk is geprofeteerd dat ze die fout weer zullen maken. Er staat zelfs een afschrikwekkend herdenkingsmonument bij het graf van Gog in Israël dat herinnert aan de gevolgen van dien militaire inval aan het einde van de Verdrukking. 

Helaas zullen velen er geen lering uit trekken. Er zijn altijd leiders die ondanks alles het volk weten te verleiden tot afval van hun geloof in God. Zo zullen er velen van Gog, geleid door de duivel, opnieuw deze kolossale fout maken en Israël weer aanvallen. Hopelijk zullen er ook velen zijn die als gevolg van het afschrikwekkende voorbeeld en de profetieën over Gog die staan in deze teksten, dat niet doen. Laten we hopen dat zij weten wat er aan de hand is en wel de juiste keuze maken, dat zij naar het monument in het dal van Gog kijken, en zich er verre van houden om in  opstand tegen God te komen. 

De Ezechiël oorlog voor de Verdrukking

We hebben aan het begin van deze studie gesteld dat er uitleggers zijn die Gog en Magog (de Ezechiël oorlog) zien als begin van de grote Verdrukking. 

Dit idee dat Gog zijn legers tegen Israël verzamelt voor de Verdrukking is begonnen, is moeilijk te herleiden naar de teksten die we hier hebben gezien. We zagen telkens hoe Gog en Magog actief waren op twee momenten in de toekomst; niet op drie. De Ezechiëloorlogen zijn enorme oorlogen. Ik ken geen teksten uit de Bijbel die beschrijven dat zo’n oorlog aan het begin van de Verdrukking zal plaatsvinden. 

De Verdrukking begint ermee dat het witte paard van de Antichrist de wereld aan zich onderwerpt (Openbaring 6). Dit zal een militair element hebben; de ruiter krijg een boog en trekt uit om te overwinnen. Er zullen enorm veel mensen omkomen in het begin van de Verdrukking als gevolg van rampen, maar er wordt in het begin van de Verdrukking niet over een aanval op Israël van Gog en Magog gesproken. 

Israël, zo hebben we gezien in het beeld van Openbaring (12) wordt gezien als de vrouw die vlucht naar de woestijn. Israël zal daar in de eerste helft van de Verdrukking zelfs redelijk veilig wonen. Pas na 1260 dagen neemt de Antichrist Jeruzalem in (Openbaring 11). Of Gog en Magog dan ook een rol spelen is niet uit de profetie te herleiden; Rusland is nu al aanwezig in het Midden-Oosten en het land is geen vriend van Israël. De kans is groot dat ze in het midden van de Verdrukking de Antichrist steunt in diens aanval op Jeruzalem. Waar het nu om gaat is dat we de profetie van Ezechiël (38-39) goed begrijpen. Er is geen aanwijzing voor een strijd van Gog en Magog in het begin van de Verdrukking. 

Waar komt dit idee dat Gog en Magog Israël zal aanvallen in de aanloop van de Verdrukking? Mogelijk komt dit idee daaruit voort dat Jezus in Mattheüs zegt:

6U zult horen van oorlogen en geruchten van oorlogen; pas op, word niet verschrikt, want al die dingen moeten gebeuren, maar het is nog niet het einde. 7Want het ene volk zal tegen het andere volk opstaan, en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk; en er zullen hongersnoden zijn en besmettelijke ziekten en aardbevingen in verscheidene plaatsen. 8Maar al die dingen zijn nog maar een begin van de weeën. (Mattheüs 24)

Dit beeld van de weeën wordt door nogal wat uitleggers uitgewerkt. De weeën die voorafgaan aan de bevalling nemen niet alleen in heftigheid toe, maar ze volgen elkaar ook steeds sneller op. Dit idee wordt door uitleggers aangewend om te leren dat er een toename van natuurrampen, hongersnoden, ziekten en oorlogen zullen komen, die zullen uitlopen in de grote Verdrukking. Dit is ongetwijfeld wat Jezus ook bedoelt. Iedereen die echter een bevalling heeft meegemaakt weet ook dat er tussen de weeën in, steeds momenten zijn van rust. Hierop doelt Paulus waarschijnlijk als Hij schrijft:

2Want u weet zelf heel goed dat de dag van de Heere komt als een dief in de nacht. 3Want wanneer zij zullen zeggen: Er is vrede en veiligheid, dan zal een onverwacht verderf hun overkomen, zoals de barensweeën een zwangere vrouw, en zij zullen het beslist niet ontvluchten. (1Thessalonicenzen 5)

De grote Verdrukking begint niet met een grote (Ezechiël) oorlog. De Verdrukking begint op een moment dat de wereld dit het minste verwacht en als de mensen zullen zeggen dat er vrede en veiligheid is. 

Paulus zegt dan, met de woorden waarmee we deze studie van Gog en Magog zullen afsluiten:

4Maar u, broeders, bent niet in duisternis, zodat die dag u als een dief zou overvallen. 5U bent allen kinderen van het licht en kinderen van de dag. Wij zijn niet van de nacht en ook niet van de duisternis. 6Laten wij dan niet, evenals de anderen, slapen, maar laten wij waakzaam en nuchter zijn. (1Thessalonicenzen 5)