Hoe intelligent zijn dieren?
Tijdens een korte vakantie bespraken we, de vraag of en hoe intelligent dieren zijn. In het verlengde hiervan ligt de vraag: zijn mensen dieren met ‘iets’ meer hersens. In onze cultuur worden we al 154 jaar verveeld met het geloof dat alleen dat bestaat wat zichtbaar is en dat alles wat zichtbaar is: elk leven, alles wat we zien, voelen, denken en ervaren is geschapen uit de scheppende kracht het niets, het noppes en het nada. Lang geleden schiepen absolute eindeloze volkomen leegte samen met absolute diepe duisternis en absolute koude, gezamenlijk de wereld.
Met dat uitgangspunt moet je wel tot die conclusie komen dat mensen en dieren in beginsel dezelfde oorsprong en hetzelfde doel hebben. De meeste van de lezers van mijn stukjes weten wel dat ik jaren geleden van dat geloof ben gevallen voor het tegengestelde geloof dat een absoluut echte creatieve, warme, intelligente en eeuwige God, dit alles heeft geschapen.
Het diepste verschil tussen mensen en dieren is dat mens niet meer hersens heeft, maar dat zij is geschapen naar Gods beeld en dieren naar hun aard. Dit maakt ons wezenlijk anders dan dieren, ook al delen we met hen de moedermelk.
Maar wat zegt dat over de vraag of dieren intelligent zijn?
Deze vraag kunnen we alleen benaderen met als referentiepunt onze eigen intelligentie. Hoe intelligent zijn dieren in vergelijking tot mensen?
In het Westen hebben wij lang de neiging gehad om dieren als mobiele planten te zien. Dieren zouden slechts worden voortgedreven door hun instinkt. Zonder karakter, zonder het vermogen om te denken of problemen op te lossen. Wie een huisdier heeft, of mijn stukjes, over mijn hondjes, zo nu en dan leest, weet wel beter. Dieren zijn sociaal, behulpzaam en leuk. Aan de andere kant kunnen ze ook jaloers zijn, manipuleren, bedelen en drammen. Ze zien naar elkaar om en begroeten elkaar en als je ze aankijkt kijk, zie je in de ogen de ziel, het leven, van het dier. Maar ondanks dat alles: o, wat zijn ze ‘dom’. Als je onze Bas bezig ziet om een handdoek een beetje te schikken om er beter op te kunnen liggen, dan schaam ik mij voor hem. Gravend en prutsend maakt hij er een kluwen van die meer als een prop vol plooien onder zijn rug ligt dan aan een bedje doet denken. Hij is ook altijd blij als ik hem daar even bij help om het te fatsoeneren. Geen koe komt op het idee om het paaltje met zijn poot om te drukken waar het schrikdraad op staat gespannen, of om met zijn drieën te bedenken hoe ze het oude hek kunnen forceren waarachter de hooiberg staat. Geen kudde is instaat om met honderd stieren dat broeierige nest leeuwen, dat hun kinderen opvreet, eens en voor altijd dood te trappen. Honden kunnen dan wel vele verschillende woorden onderscheiden, maar zeg Bella eens dat ze het op de kattenbak moet doen omdat je geen tijd hebt om haar uit te laten. Vergeet het maar. Dat kost veel training.
Het mentale gat tussen mensen en dieren is enorm. Er is geen dier wat een maar een beetje bij ons in de buurt komt. Er zijn talloze grote en kleine katachtige. Er zijn ook vele runderensoorten, apensoorten, vissen of vogels. Zelfs spinnen, torren, inktvissen en krabben komen in soorten en maten voor, maar er is in de natuur, naast ons, geen enkel ander mensachtige. Die is er ook nooit geweest. De (lang gezochte) missing link tussen aap en mens is ook in de fossielen nooit gevonden. Alleen met veel fantasie en gevoel voor humor, lijkt een aap op een mens. Zelfs de veronderstelde grote genetische overeenkomst tussen apen en mensen, is niet veel groter dan die tussen mensen en varkens. Er zijn geen mensachtigen die groter of kleiner zijn dan wij of variaties op de mens die ons bespioneert en imiteert. Ja, apen kunnen stenen gebruiken om een ei of kokosnoot te breken. Maar een kat die een boom uitholt om er de rivier mee over te steken of een geit die touw maakt, is wel een heel ander verhaal. Er zijn geen eenvoudige menssoorten die een vuurtje stoken als ze het koud hebben, een ander dier temmen of een hutje maken.
Dat dieren zijn geschapen naar hun aard en mensen naar het beeld van de scheppende God, dat maakt het verschil. Daarom is geen dier mentaal een bedreiging voor ons. Ze lokken ons niet in de val, hebben geen ‘mensen-fokprogramma’s’ ze kunnen niet lezen, schrijven geen gedichten, maken geen geweren en componeren geen muziek.
Gelukkig maar. Laten we met zijn allen maar eens wat aardiger voor dieren zijn, ze zijn het ook voor ons. Dat zit ook in hun aard. Dat ze minder hersens hebben, maakt ze niet minderwaardig.

