Foto Karbonade

Pasen

Kattenkarbonade

Zo nu en dan als ik een karbonade of kipfilet op mijn bord heb liggen, bekruipt mij de gedachte: “hoe lang geleden leefde dit stuk vlees nog?” Nu heb ik niets met varkens of kippen maar we hebben twee kleine hondjes die, als je ze zou slachten en braden, waarschijnlijk niet zo gek veel zouden verschillen van een konijnenbout. Toen het jongste gezinslid nog thuis woonde was een maaltijd zonder vlees al minder dan onbespreekbaar. Toch zou hij er denk ik niet vrolijk van worden als we hem naderhand vertelden dat hij zojuist zijn eigen konijn of hondje had opgegeten.

Als regel hanteer ik dat je alles kunt eten, zolang het maar geen naam heeft. Omdat sommige boeren hun vee namen geven zou dit eigenlijk moeten zijn dat je alles kunt eten zolang je de naam maar niet weet. Dit kan dan wel weer tot gevaarlijke situaties leiden, maar dat nemen we dan maar voor lief. Zolang we niet weten welk dier er op ons bord ligt is het niet erg. Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zullen de meesten van u er geen moeite mee hebben om ons konijn op te eten, als wij u die voorzetten. Aan deze opmerkelijke eigenschap van mensen om een dier als een familielid op te nemen als we dit in huis nemen, wordt door God geappelleerd.

Tijdens het Joodse Pascha werd in elk gezin een lam geslacht nadat dit minimaal vijf dagen als huisdier was gekoesterd. Op de tiende van de maand werd het in huis gehaald en op de veertiende van deze maand werd het geslacht. Ik kan geen andere reden bedenken waarom dat zo was, dan dat de gezinsleden zich verbonden zouden moeten voelen met dat dier. Dit dier moest worden geslacht om het bloed ervan aan de deurposten te smeren. Dit was tijdens de uittocht uit Egypte nodig zodat de doodsengel voorbij zou gaan. Het is natuurlijk niet zo dat deze doodsengel bang was voor bloed op zichzelf. God heeft dat ook niet zomaar ingesteld omdat Hij dat wel een mooi gebaar vond. Ik schreef al eens eerder dat het bloed van zonden kan reinigen omdat het bloed van de offers van de wet verwezen naar het bloed van Jezus. In het bloed is de ziel leert de Bijbel en de ziel is het leven. Omdat de ziel, het leven van Jezus (die dus in zijn bloed was) sterker is dan de dood, kan zijn bloed de dood weg wassen/jagen. Daarom kon de dood(sengel) ook de huizen van de Joden in Egypte niet binnengaan, omdat het bloed aan de deurposten vooruit wees naar Jezus, die zijn meerdere was.

Dit bloed van Jezus is kostbaar, daar mag je niet goedkoop mee omgaan. Het bloed van het lam dat tijdens het Pascha de beelddrager zou worden van het Lam van God, zoals Johannes Jezus noemt , was dus ook kostbaar. Daar nam je niet zomaar even een lammetje voor uit de kudde. Het doden van dat lam zou pijn doen omdat je van het dier was gaan houden. Deze pijn zou je nog erger ervaren als je je realiseerde dat er geen andere rede was voor het sterven van het lam, dan om de dood aan jouw deur voorbij te laten gaan. Het lam stierf dus voor jou.

Tijdens een van mijn bladermomenten in het Johannes evangelie viel het mij op dat er in hoofdstuk twaalf staat dat Jezus op de zesde dag voor het Pascha in Bethanië was. Er wordt een tamelijk gedetailleerd verslag uitgebracht over wat er gebeurt dat niets met dat feit te maken lijkt te hebben. Dan staat er op een zeker moment dat de volgende dag de mensen uit de buurt Jezus in de gaten kregen, Hem op een ezel zetten en als een vorst Jeruzalem binnenbrachten. Als het Pascha op de veertiende van de maand was, moest deze dag dus de tiende zijn geweest. Jezus werd dus als Gods Lam, Gods Pascha, de stad binnengehaald door dezelfde mensen voor wie Hij er, vijf dagen later, op de veertiende van de maand zou sterven.

Het is binnenkort al weer Pasen en gelukkig hoeven we geen dieren meer te offeren. En gelukkig zal Jezus ook niet meer Jeruzalem binnentrekken om er te sterven. We mogen nu uitzien naar Zijn komst en hoe Hij binnenkort als Vorst deze stad binnen zal trekken om er het koninkrijk van God te vestigen. Tot die tijd mogen wij natuurlijk nog wel, heel vaak, dit Lam van God feestelijk uitnodigen in onze huizen en kerken. Dan wordt het pas echt vrolijk Pasen!

Johannes 1:36