Zand erover
Toen Mr. J.E. Tayor in 1854 in opdracht van het Britse Museum in Londen op zoek ging naar archeologische souvenirs voor in hun vitrines, kwam hij in het zuiden van Mesopotamië bij de Tell el-Muqajjar. Deze reusachtige ruïne gebouwd van tichelsteen leek meer op een in verval geraakte massieve toren of piramide, dan op een gebouw waarin iets verborgen zou kunnen liggen. Toch begon hij er in zijn destructieve enthousiasme zo hard aan te slopen in de hoop er iets in te vinden dat archeologen er nu nog badend in hun zweet van wakker worden als ze er over dromen.
Wat er uit te voorschijn kwam, waren cilindertjes volgeschreven met spijkerschrift. Ofschoon de interesse voor deze stukjes kleinood pas veel later kwam, spreekt het toch wel tot de verbeelding dat we nu nog dingen kunnen lezen over de handel en wandel van de stad Ur der Chaldeeën waar we het hier over hebben. Deze 4000 jaar oude woonplaats van de vader van de Belofte bleek, zelfs naar de maatstaven van onze tijd, een heel moderne, goed georganiseerde stad te zijn geweest. In elk geval wisten ze hun schrift te bewaren voor de eeuwigheid. Zo heel anders dan nu.
Ik sprak eens een historicus die vertelde over een museum dat moest worden leeggehaald omdat er een overstroming dreigde. Ze begonnen met de spullen van de meest recente datum en de echt oude perkamenten lieten ze, als ze er niet aan toe kwamen, liggen. Je zou toch zeggen dat die oude documenten van grotere waarde zijn dan de meer recente. Dit was wel zo maar die perkamenten zouden een ‘bad’ nog wel overleven maar de meer recente documenten zeker niet.
Als ik nu wel eens naar een ‘oude’ videoband van 10 jaar kijk, kan ik al zien hoe de tand des tijds zijn slopende werk op de tape heeft ingezet. De beelden haperen en de kleuren zijn achteruit gegaan. Als Jezus niet, zoals ik dat verwacht, binnenkort terugkomt, krijgen de historici van de volgende eeuwen het moeilijk om onze tijd te bestuderen. Alles is dan vergaan. Boeken zijn weggerot, tapes en CD’s zijn versleten. Oh, beitelden computers de data toch maar in harde schijven van steen. Onze manier van documenteren heeft op de lange termijn voor de historicus meer weg van schrijven met een stok in het zand van het strand dan het schrijven in de steen: het staat er wel, maar na een grote schokgolf van de geschiedenis is het verdwenen.
Er staat in de Bijbel ook een verhaal waarin Jezus in het zand schrijft1. Dit is als de leiders van het volk een vrouw bij Hem brengen die op heterdaad is betrapt op overspel. Daar stond volgens de wet van Mozes de doodstraf op.
De Schriftgeleerden zijn minder in de vrouw geïnteresseerd dan in hoe ze haar zonde kunnen gebruiken om Jezus een hak te zetten. Ze vragen Jezus daarom achterbaks wat ze met haar moeten doen. Zou Jezus nu zeggen dat ze overeenkomstig de wet moet worden gedood dan zou dat zeker ten koste van zijn populariteit gaan en als Hij, om haar te sparen, deze zonde zou bagatelliseren zouden zij dit aangrijpen om aan te tonen dat Jezus de zonde niet ernstig nam en dus de wet van Mozes ontrouw was. Er staat dan dat Jezus voorover bukte, met zijn vinger op de grond schreef en zei dat wie zonder zonden is de eerste steen dan maar moest werpen om haar te doden.
Waarom, zo vroeg ik mij op een keer af, staat er dat Jezus op de grond schrijft. Doet dat ter zake?! Hij kon het toch ook gewoon zeggen en verder niets. Omdat ik de Bijbelse pretentie als zijnde het Woord van God nogal letterlijk neem, vroeg ik mij af waarom God dit er dan in had laten zetten. Op het moment dat ik mij dat afvroeg, dacht ik dat het zeer waarschijnlijk onmogelijk zou zijn om in de Bijbel een clou te vinden waarom Jezus dat op dat moment deed. Om mij direct te realiseren dat deze vinger die daar op de grond schreef dezelfde vinger was die de woorden ‘gij zult niet echtbreken2’ in de stenen tafel had gegrift3 waaraan de Schriftgeleerden refereerden.
Mij dit bedenkend, hoorde ik Jezus tegen de vrouw zeggen toen al de Schriftgeleerden waren afgedropen, omdat zij wisten dat zij ook niet zonder zonden waren: “ook Ik veroordeel je niet”. Maar ook: “ga heen en zondig niet meer”.
De wet van Mozes die door de vinger Gods, dat is door de vinger van Jezus, in de rots was gegraveerd, doorstaat de eeuwen. Maar als het eens mis gaat en de wereld om ons heen wil ons stenigen, dan blijkt het oordeel te staan in het zand. Jezus zegt wel: “zondig niet meer” maar een golf van Gods liefde wist de gevolgen uit en we mogen opnieuw beginnen; gelukkig nieuw jaar.
Kees_Middelbeek
Noten 1 Johannes 8: 9 Er staat letterlijk grond. Om erin te kunnen schrijven mogen we aannemen dat het een droog zanderig oppervlak is geweest. 2 Exodus 20:14 3 Exodus 31:18