afbeelding Atilla de Hun

Bloed en water 1

 

(lees eerst ‘Rib uit mijn lijf’)

Onder aanvoering van Attila bestormden de Hunnen moordend en plunderend in de vierde eeuw het Romeinse rijk. Dit woeste volk uit het Verre Oosten was zo bizar dat de Romeinen bijna meer van angst dan als gevolg van hun militaire superioriteit van hen verloren. Anders dan de Oost Goten eerder en de Vandalen die het rijk later binnenkwamen en er zich meester van maakten, sleepten de Hunnen er alleen maar zoveel mogelijk buit uit mee.

Deze gewoonte hadden ze zichzelf als nomaden aangeleerd toen ze eerder het Chinese rijk afstroopten. Dit was door de bouw van de Chinese muur rond 300 vC. onder druk komen te staan en zo waren ze steeds verder naar het westen uitgeweken. Na een reeks droge jaren en daaraan verbonden hongersnood aan het eind van de 4 eeuw nC. eeuw waren ze, zoekende naar nieuwe plundervelden, in Centraal Azië aangekomen. Nadat ze de Oost Goten voor zich uit over de Donau het Romeinse rijk hadden ingejaagd waren zij daar later zelf ook aangekomen en aan het plunderen geslagen.

Deze Hunnen waren een vreemd volkje. Dat wil zeggen, behalve dat het een soort oer nomaden waren die met ogenschijnlijk niets in leven konden blijven, waren ze toch ook verzot op rijkdom. Hun ruiters die een zeer gehechte relatie met hun paarden hadden, kwamen daar soms dagen achtereen niet vanaf. Ze deden alles op de rug van hun paard: eten, slapen en vechten. Voor de duidelijkheid: deze Hunnen waren geen familie van de voorouders van onze Drentse landgenoten met dezelfde naam.

Hoe zijn we bij deze Hunnen aangeland? In mijn stukje hieraan vooraf schreef ik over de wond in Jezus zijde. Ik schreef daarover dat je zou kunnen zeggen (zonder daar een leerstelling van te willen maken overigens) dat, evenals Adams bruid (Eva) was gevormd rond de rib uit Adams zijde, Jezus’ bruid (de gemeente) was gevormd rond het bloed en het water uit Jezus zijde. We zouden nu, had ik gezegd, stil staan bij de betekenis van het bloed en het water. Hier wil ik vooral stil staan bij het bloed.

De Hunnen hadden net als wij (christenen) ook iets met water en met bloed. Als er een jongentje was geboren, werd deze met een mes in het gezicht gesneden zodat hij eerder dan dat het gevoed was, gebloed had. Wat het water betreft: de Hunnen wasten zich niet, omdat ze de god van het water welke ze aanbaden, niet wilden vertoornen. Je kunt gerust zeggen dat de ziel van dit volk was doortrokken, of zelfs was verweven met bloed. Maar ook dat de geur die ze bij zich droegen, die het gevolg was van hun godsdienst er een was van een doordringende stank.

Maar waarom kwam er nu dan bloed en water uit de zijde van Jezus en waarom zijn die twee belangrijke ‘ingrediënten’ voor het ontstaan van de kerk?

De betekenis van het bloed van Jezus bij zijn sterven en dus ook dat wat stroomt uit de wond van zijn zijde, moet worden gevonden in het Oude Testament. Bloed werd in de tabernakel en Joodse eredienst gebruikt om dingen ritueel te reinigen. Nu zou je zeggen, waarom namen ze daar nu bloed voor? Hoe kun je nu met bloed iets reinigen? Dit bloed was een tegenbeeld, of een symbool, van het bloed van Jezus . Het lijkt voor het oog onmogelijk om met bloed iets te reinigen omdat we geneigd zijn om aan zichtbaar vuil te denken. Maar er is iets in het bloed van Jezus dat van essentieel belang is om dat te kunnen reinigen, wat op geen enkel andere manier rein wordt.

Er zijn wel meer dingen die op het oog averechts werken maar toch beproefd zijn. Ik kan mij herinneren dat iemand eens vertelde over een jongetje dat aan het spelen was op een pas geasfalteerde weg. Het zal niet veel moeite kosten om een beeld te krijgen over hoe zwart hij was. De enige manier om hem schoon te krijgen, vertelde de persoon, was om hem met boter in te smeren en te wassen. Je zou toch zeggen dat het op die manier alleen maar nog smeriger wordt. Toch scheen het te werken. Dit komt omdat er iets in boter zit wat het asfalt doet oplossen. Zo is er ook iets dat alleen in bloed van Jezus zit dat iets kan reinigen wat nergens anders mee kan. In het bloed van elk levend wezen, leert de Bijbel, zit namelijk de ziel en de ziel is het leven. In het bloed zit dus het leven. En de ziel van Christus, het leven van Christus is het enige wat sterker is dan de dood, is het enige wat de dood waarmee we ons door de zonden hebben vervuld en die aan ons kleeft kan wegwassen. Om het nog eens te onderstrepen: Met Jezus bloed, met Jezus ziel, of te wel met Jezus leven, kunnen wij de dood van ons afwassen en door Hem leven.

Daarom is de ziel van de bruid van Christus, een tegenbeeld van die van de Hunnen. Haar ziel is niet verweven met de dood, maar hiervan schoongewassen omdat haar ziel is verweven met het leven en de ziel van Christus; door de kracht van ‘het bloed’. Daarom mag de geur van Christus, zoals de Bijbel zegt ook om de kerk hangen als de gemeente zich, wederom zo heel anders dan de Hunnen, heeft gereinigd met het bloed en wil leven door het water, dat uit Jezus zijde stroomde. Maar over dat water hebben we het de volgende keer.

Kees_Middelbeek

Hebreeën 1:1-15 Leviticus 17:11 2 Korinthe 2:15