Leer Jehova's getuigen
Op
het moment dat je druk bezig bent wordt er aan de deur gebeld. Twee keurig geklede volwassenen met elk een tas vol lectuur staan aan uw deur. Je weet het al, Jehova's
getuigen. Je wilt niet onbeleeft zijn dus laat je verleiden een paar woorden
aan te horen. Wat moet je nu, wat geloven ze eigenlijk en wat is daarvan dan
zo anders dan alle ander christelijke kerken?
Het probleem van de leer van de Jehova's getuigen
is dat er erg veel bij komt kijken. Ik heb niet de pretentie alles tot op de
bodem te hebben uitgezocht maar de belangrijkste dingen komen wel aan
de orde.
Om een en ander een beetje overzichtelijk te houden heb
ik van het hele verhaal eerst maar een samenvatting gemaakt. Dit kan
handig zijn om te hebben gelezen als ze weer eens voor je deur staan.
Als je wilt controleren of mijn inzichten wel bijbels zijn zul je de hele studie
moeten lezen. Dit geeft je dan wel inzicht in heel veel dingen waarover zelden
wordt gepreekt maar die fundamenteel zijn voor je besef van de Bijbel.
Wil je gelijk door naar het echte werk klik dan hier:
De Jehova's getuigen FF
Het getuigenis van de Jehovagetuige
Wat is de strategie van de Jehovagetuige
Een belangrijke strategie van de Jehovagetuige
is om nadruk te leggen op hun bijbelgetrouwheid dit in (volgens hen) tegenstelling
tot de Christenen. Ze weten (helaas soms) beter dan veel christenen de
mistanden in de dingen die worden geleerd in de kerk. Doordat je (als
je eerlijk bent) verschillende keren na elkaar moet toegeven dat ze gelijk
hebben, ontstaat er een sfeer waarin het steeds moeilijker wordt om ze
tegen te spreken ook als hun beweringen niet meer bijbels zijn. Dat wil
zeggen ze zijn wel bijbels, maar dan alleen in hun bijbel. Nu moet ik
zeggen dat ik veel van hun inzichten deel en dat het een kwalijke zaak
is dat het falen van getrouwheid waar het gaat om interpretatie van de
Bijbel in de traditionele kerken een aanleiding geeft tot dwalingen zoals
deze.
Zaken waar ze dikwijls
over spreken zijn:
- doop door onderdompeling (volwassen)
- het geven van bloed
- heidense elementen in de kerk zoals kerstbomen etc.
- het duizendjarig rijk
- het gaan van gelovigen naar de hemel (en daarmee gepaard gaande de vraag
wie de 144.000 uit Openbaringen 7 zijn)
- de drieëenheid van God
- werken van geloof
Laten we deze dingen eens een beetje van dichtbij bekijken.
Doop door onderdompeling (volwassen doop)
Ik geloof dat ze daar ook gelijk in hebben.
Jezus leert dat apostelen de volken tot zijn discipelen moet maken en
hen daarna moet dopen in de naam van de Vader de Zoon en de Heilige Geest.
Het dopen is een bede van een goed geweten tot God (1Petrus 3:21) Een
ander woord voor dopen is onderdompelen. De onderdompeling symboliseert
waarmee de gelovige belijden dat, zoals Jezus plaatsvervangend is ingegaan
in de dood en het graf, hij dit eigenlijk had moeten ondergaan. Dit toont
hij door onder te gaan in het “watergraf”. En zoals Jezus
is opgestaan uit het graf zo staat hij in dit symbool op uit het water.
Dit kan Bijbels niet worden omgevormd tot wat in de protestantse kerken
gebeurd tijdens de kinderdoop. Immers een kind kan op die leeftijd nog
geen bede van een goed geweten tot God zenden nog de diepte van het plaatsvervangend
sterven van Jezus begrijpen. Deze vermenging tussen de besnijdenis en
de doop is hoe goed bedoeld dan ook geen zonde maar ook niet te verwarren
met de doop zoals deze in de Bijbel wordt geleerd.
Het geven van bloed
De Bijbel leert dat in het bloed de ziel
is en zelfs in de kerk van de eerste eeuw waarin de apostelen werden geconfronteerd
met het dilemma of niet joodse gelovigen wel of niet de wet moesten houden
werd er gesteld dat de gelovigen zich diende te onthouden van het gestikte
dat wat aan de afgoden was geofferd en het bloed (Handelingen 15:20).
Toch wordt hier het bloed gezien in termen van onthouden met betrekking
tot de consumptie. Dit is ook de context van de reine en onreine dieren.
in het oude testament. Het lijkt mij ook inderdaad moeilijk te verkopen
dat Christenen bloedworst eten maar dat betekend nog niet dat iemand zou
moeten sterven omdat hij geen bloed zou mogen ontvangen van een ander.
Als in het bloed het leven (de ziel is). Zie ik nog niet waarom hiermee
niet een leven mag worden gered; immers Jezus zegt zelf dat niemand grotere
liefde heeft voor zijn vrienden dan hij die zijn leven voor hen inzet
(Johannes 15:13) (Iets wat Hij zelf ook heeft gedaan.) Zover ik weet zijn
er geen aanwijzing voor dat mensen na een bloedtransfusie met het bloed
van een misdadiger ook misdadig gedrag gingen vertonen. Een dergelijk
gebod komt m.i. meer voor uit respect voor het leven van de dieren, in
de trant van dat je hun lichaam wel maar hun ziel niet mocht nemen. Gods
wet is bedoeld opdat mensen zouden leven. Gods wet is bedoeld opdat mensen
zouden leven.Nergens lezen we in de Bijbel over een wet die de dood tot
gevolg zou kunnen hebben. Jezus prijst zelfs David om het feit dat hij
de wet overtrad om in leven te blijven door de heilige toonbroden te eten
die alleen voor de priester waren.
Heidense elementen in de kerk zoals kerstbomen
etc.
Hier valt ook niets op af te dingen. De behoefte
van de kerkvaders aan een grote in plaats van aan een radicale kerk heeft
verschillende heidense gebruiken doen inburgeren in de kerk. Het plaatsen
van versierde (gewijde?) bomen in de kerk komen we zelfs in het oude Israël
tegen. Daar was het een gewijde boom aan de uit Babylon overgewaaide Kanaänitische
afgodendienst van Baäl en zijn gezel Astarte ( Deu.16:21, Ri. 6:25,
1Sam 7:4). Astarte werd als moedergodin van de vruchtbaarheid dikwijls
met groene bomen in verband gebracht. Deze gedachte ligt in feite ook
besloten in het Germaanse gebruik om de boom te eren en te versieren met
allerlei geschenken aan de goden. Het heeft mij ook meermaals met kerst
pijn gedaan om voor in de kerk een tot in de puntjes versierde (d.i. vereerde)
boom op het podium te zien staan. Tot wiens eer staat dat ding daar? Als
de kerk dan gezellig moet worden gemaakt tijdens de feestdagen zet er
dan een mooie kerststal in. Het zelfde geld voor de Maria verering of
eieren, kippen en hazen met de Pasen. Ze worden dan wel niet in de plaats
gezet van Christus maar ze horen helemaal geen plaats te hebben in de
dienst die alleen tot eer van God is.
Het duizendjarig rijk
De noodzaak en daarom de komst van een 1000
jarig vrederijk is ook vele christenen niet duidelijk. Even als een grote
verdrukking en de rol van Israël in de eindtijd van de aarde voor
de komst van Christus. De tekst daarover in Openbaring 20 is voor velen,
net als de rest van Openbaring iets waar geen conclusies uit mogen worden
getrokken. Toch is dit een Bijbels gegeven waar Jesaja al over spreekt
als hij spreekt over het omsmeden van de wapens tot ploegscharen en het
gespeende kind dat zijn hand zal uitstrekken naar het hol van een adder.
De beschreven teksten spreken niet over de nieuwe aarde waar alles nieuw
zal zijn. Dan zullen er geen wapens meer zijn die kunnen worden omgesmeed
noch giftige adders. Dan zullen alle elementen met vuur zijn vergaan en
de oude aarde welke als een kleed is versleten vervangen voor een nieuwe
waar geen enkele wanklacht meer zal zijn. Hier valt nog veel over te zeggen
wat ik elders dan ook gedaan heb. Zie hierover mijn studie over Opebaring
elders op de site.
Het gaan van gelovigen naar de hemel (en daarmee
gepaard gaande de vraag wie de 144.000 uit Openbaring 7 zijn)
Volgens de Jehovagetuigen gaan mensen ook niet naar de hemel. Zij zijn
geschapen voor de aarde en zullen dan ook als zij hiervoor waardig worden
gevonden komen op de nieuwe aarde. Alleen de 144.000 gelovigen die worden
genoemd in Openbaring 7 en 14 zullen met Christus zitten op de troon.
Hier zijn twee vragen; nl gaan gelovigen naar de hemel en wie zijn de
144.000 welke worden genoemd in Openbaring?
Gaan gelovigen naar de hemel
Dit is een probleem dat nogal lastig is
om met een ja of nee te beantwoorden. Paulus zegt dat wij de dingen
moeten zoeken die boven zijn waar Christus is gezeten aan de rechterhand
van de vader. Hij zegt hierover dat wij immers met Hem zijn gestorven
en dat ons lichaam met Christus is verborgen in God. Wij weten doorgaan
zo weinig van die plaats waar wij krachtens deze tekst vertrouwd moeten
zijn dat hierover al verwarring ontstaat.
De vraag is of wij als mensen een plaats (moeten) hebben in de hemel
waar wij als reine bruid voor Christus zullen staan of dat wij op de
nieuwe aarde zullen zijn waar God zijn tempel zal hebben en temidden
van de mensen zal wonen en “hen de tranen van de ogen zal wissen”.
Beide elementen komen we tegen in de Bijbel. de Jehovagetuige stelt
dat God de mens schiep op de aarde en dat dit de plaats is die Hij voor
hen zal herscheppen. en dat de hemel is voor de engelen. Toch zegt Jezus
dat zijn koninkrijk (waartoe hij de mensen oproept om deel van uit te
maken) niet van deze aarde is en Hij spreekt dikwijls over het koninkrijk
der hemelen. Als de moordenaar aan het kruis voor het sterven van Jezus
Hem vraagt hem te gedenken zegt Jezus dat hij vandaag nog met hem in
het paradijs zal zijn. Ook zegt Hij tegen zijn discipelen dat het huis
van zijn Vader vele woningen heeft en dat Hij heen zal gaan om hun een
plaats te bereiden. Dit paradijs en de deze woningen zullen toch zeker
niet op de aarde zijn. Al deze dingen zullen toch in de hemelse gewesten
moeten worden gezocht. Nu blijft de vraag waartoe dit zal leiden na
het oordeel op de grote witte troon, de aarde en hemel nieuw en het
Nieuw Jeruzalem uit de hemel neerdaalt op de aarde in haar schoonheid
zoals die is beschreven in Openbaring.
Hierover kunnen we vaststellen dat het Nieuw Jeruzalem de gemeente van
Christus is die nu op de huidige aarde staat. Hierover zegt de Bijbel
dat buiten de stad de honden, de leugenaars en de afgodendienaars zijn.
Dit zal niet op de nieuwe aarde zijn daar er dan geen zondaren meer
zullen zijn buiten de stad. Deze zullen geen van alle door het oordeel
komen. De bruid van het Lam die hij zich heeft verworven en straks in
haar glorie uit de hemel zal neerdalen om te regeren met Christus leeft
nu nog op aarde.
Zo komen we tot het volgend punt waarbij de vraag zich aandringt; over
wie zal de bruid dan met Christus regeren? Ook dit gaat wat ver om dat
allemaal te bespreken en ik zou dan ook hiervoor willen verwijzen naar
de eerder genoemde Internet site.
Jezus zegt ook dat de mensen na de opstanding niet meer zo zullen zijn
als nu maar als de engelen. Dus als de hemel is voor de engelen hoe
verhoudt zich dat dan?
Voorlopig concluderend kunnen we zeggen dat tot het aanbreken van de
dag waarop de nieuw hemel en de nieuw aarde zullen zijn waartoe ze zal
scheppen de (gelovige) mensen na hun sterven naar het (hemelse) paradijs
gaan.
Als de nieuwe hemel en aarde een feit zijn zullen de mensen die bij
de stad van God horen met Christus regeren over hen die buiten die stad
wonen en zal God te midden van hen wonen. Wat en waar is dan de hemel.
Ik vindt het moeilijk om daar iets over te zeggen. Ik stel mij dit voor
als de oceaan. Een dimensie op aarde vol leven die niemand zal ontkennen
maar waar we toch nog maar erg weinig van weten. Tot voor kort voeren
schepen er slechts over en konden ze slechts raden wat er zich allemaal
in afspeelden. Zo is en zullen de hemelen ook zijn en misschien blijven.
Een plaats welke mooi is, waar we welkom- maar nooit helemaal thuis
zullen zijn. Misschien hebben de Jehovagetuigen wat dit betreft gelijk.
Wie zijn de 144.000 welke worden genoemd
in Openbaring?
Jehovagetuigen leven in de veronderstelling
dat alleen een selecte groep uit hun midden van het eerst uur zijn uitverkoren
om tot deze groep te behoren.
Nu is de vraag naar wie deze 144.000 zijn al oud en wederom niet zo
eenvoudig. Toch is ook hier wel duidelijkheid over te krijgen. Het eerste
wat de Bijbel over de herkomst van deze groep zegt is dat zij uit de
12 stammen van Israël zijn. 12.000 uit iedere stam (Openbaring
7). Waarom Jehovagetuigen denken dat het juist 144.000 Jehovagetuigen
van het eerste uur zijn die deze groep omvatten is wel duidelijk. Immers
van deze groep wordt gezegd dat zij “eerstelingen zijn”
(Openbaring 14:4). Wie zou daar dan beter voor in aanmerking komen dan
zij die het eerst bij de Jehovagetuigen behoorde. Het misverstand zit
hier in dat “eerstelingen niet de eerste in de rij zijn maar dat
het een aanduiding is voor een groep die de Here is toegewijd. Bij het
oogstte behoorde de eerstelingen de Here toe. Dit was niet het eerste
wat was afgemaaid maar het beste van de oogst en dit werd aan de Here
gewijd voor men zelf van de oogst eten. Het feest van de eerstelingen
was een feest dat werd gevierd op de dag na het pascha. Dit was de dag
waarop Jezus opstond uit de dood. Daarom wordt Hij in de Bijbel ook
de Eerstling genoemd (1Cor 15:20,23). En hen die Hem toebehoren “eerstlingen”
(2Th 2:13, Jac 1:18). Dat nu van deze 144.000 wordt gezegd “dat
zij uit de mensen zijn gekocht als eerstelingen” betekend dat
zij tot de gemeente van Christus behoren. Dit is ook duidelijk omdat
zij worden verzegeld. Dit gebeurt vlak voor de grote verdrukking. De
engel die hen verzegeld doet dat vlak voor de vier engelen de vier winden
van de aarde vast houden ten einde de aarde schade toe te brengen. In
Openbaring 9:4 staat dan ook dat deze 144.000 de enige (verzegelde)
zij die tijdens het opengaan van de put van de afgrond bij het klinken
van de 5e bazuin niet door de engelen uit die put worden gepijnigd.
Met gegevens uit Daniël kan worden vast gesteld dat de grote verdrukking
waarover de Bijbel spreekt de laatste zeven jaar van de aarde beslaan.
De 144.000 zullen, aangeduid als de 2 getuigen, in de confrontatie met
de antichrist worden gedood, na drie dagen opstaan en ter hemel opstijgen.
Dit is de periode waarin deze groep van 144.000 aktief zullen zijn.
Na deze verdrukking daalt Christus (samen met o.a. deze 144.000) uit
de hemel neer.
Zelfs als u dit allemaal wat ingewikkeld en vreemd overkomt is het toch
niet zo moeilijk om vast te stellen dat deze 144.000, net als de schare
die niemand kan tellen welke bijna in één adem met hen
worden genoemd, in de grote verdrukking zullen leven(Openb. 7::14) vlak
voor de wederkomst van Christus.
Hoe de Jehovagetuigen er dan vanuit gaan dat de 144.000 uit hun gelederen
komen en dat het merendeel van hen al is overleden is mij volstrekt
onduidelijk. Immers hebben zij dan gehoord tot de 12 stammen van Israël
zijn zij beschermd tijdens een tijd van 5 maanden (Openbaringen 9:5)
waarin de mensen door de demonen uit de put van de afgrond werden gepijnigd.
Als dat zo was waren we nu de rest van de grote verdrukking al voorbij
en zou nu de nieuw hemel en aarde al een feit moeten zijn...
De drieëenheid van God
Zijn als de boven genoemde verschillen
van inzicht over de interpretatie van de Bijbel zoals die tussen willekeurige
kerken ook zou kunnen optreden, in dit en het volgende punt komen we
bij de kern van het probleem waarom Jehovagetuigen geen Christen zijn
en hun leer definitief moet worden weerlegd als een dwaalleer die Gods
woord verdraait.
Jehovagetuigen geloven niet dat Christus
God is zoals God de Vader. Hij is wel een “goddelijk wezen”,
zoals de engelen (de zonen Gods zijn), maar niet dat Hij samen met de
Vader en de Heilige Geest één in Wezen is. Of zoals zij
zelf zeggen dat zij niet in de “drieëenheid” geloven.
Is Jezus
God zoals de Vader ook God is en is de Heilige Geest dezelfde?
Voor alle duidelijkheid is het misschien goed om op
voorhand vast te stellen dat het woord “drieëenheid”
in de Bijbel niet voorkomt. Dit is door mensen bedacht om de éénheid
van de Vader, Zoon en Heilige Geest aan te duiden, een éénheid
die echter wel uit de Bijbel naar voren komt.
In de oude kerk is over die vraag veel nagedacht
omdat de kerk zelf tegen het meergodendom van de toenmalige wereld het
evangelie predikte van Christus en de wet en de profeten als woord van
God aanvaarde. Het is vanuit het oude testament onmogelijk om een christelijk
meergodendom te prediken. Immers de wet van Mozes leert nadrukkelijk
dat Israël geen andere goden mocht dienen. Heel nadrukkelijk zegt
Hij: “Hoor Israël de Heer is onze God de Heer is één”
(Deut:6). Het was dan ook niet verwonderlijk dat de kerk nogal eens
werd verweten zelf een meergodendom aan te hangen. Nl. 1 God de Vader
2 zijn Zoon en 3 de Heilige Geest. Omdat het voor mensen moeilijk is
om de hoogte en breedte van God te kennen is men met dit begrip drieëenheid
gekomen om hier duidelijkheid in te geven.
God openbaart zich
in drie personen
Het is nl. niet zo dat God uit drie (individuele)
personen bestaat, zoals de regering van een land uit meerdere unieke personen
bestaat, maar dat God zich in drie personen openbaart.
God heeft in Christus een lichaam van een mens aangenomen. Hij woonde
in Christus.
Want het heeft de ganse volheid behaagd in Hem woning te maken, en door
Hem, vrede gemaakt hebbende door het bloed zijns kruises, alle dingen
weder met Zich te verzoenen, door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij
wat in de hemelen is. (Kolossenzen 1:19-20)
Christus is het beeld van de onzichtbare God
Hij is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene
der ganse schepping, want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de
hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij
tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle
dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen; en Hij is voor alles en alle
dingen hebben hun bestaan in Hem; en Hij is het hoofd van het lichaam,
de gemeente. Hij is het begin, de eerstgeborene uit de doden, zodat Hij
onder alles de eerste geworden is. (Kolossenzen 1:15)
Niemand heeft God ooit gezien, Johannes
zegt over Hem dat de enige geboren Zoon aan de boezem van de Vader is
en Hem heeft hem doen kennen (Johannes 1:18).
Als Filippus dan ook aan Jezus vraagt hen
de Vader te tonen zegt Hij tegen hen dat wie hem heeft gezien de Vader
heeft gezien omdat Hij en de Vader één zijn.
Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan
door Mij. Indien gij Mij kendet, zoudt gij ook mijn Vader gekend hebben.
Van nu aan kent gij Hem en hebt gij Hem gezien. Filippus zeide tot Hem:
Here, toon ons de Vader en het is ons genoeg. Jezus zeide tot hem: Ben
Ik zolang bij u, Filippus, en kent gij Mij niet? Wie Mij gezien heeft,
heeft de Vader gezien; hoe zegt gij dan: Toon ons de Vader? Gelooft gij
niet, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is? De woorden, die Ik
tot u spreek, zeg Ik uit Mijzelf niet; maar de Vader, die in Mij blijft,
doet zijn werken. Gelooft Mij, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij
is: of anders, gelooft om de werken zelf (Johannes 14:6-11).
Paulus zegt over Jezus tegen Timoteus:
Ik beveel voor
God,... dat gij dit gebod onbevlekt en onberispelijk handhaaft tot
de verschijning van onze Here Jezus Christus, welke te zijner tijd
de zalige en enige Heerser zal doen aanschouwen, de Koning der koningen
en de Here der Heren, die alleen onsterfelijkheid heeft en een ontoegankelijk
licht bewoont, die geen der mensen gezien heeft of zien kan. Hem zij
eer en eeuwige kracht! Amen.
Het is Jezus die de zalige en enige
Heerser zal doen aanschouwen die alleen onsterfelijkheid heeft. Over
die onsterfelijkheid zegt Jezus van zichzelf:
Want gelijk de Vader leven heeft in Zichzelf, heeft Hij ook de Zoon
gegeven leven te hebben in Zichzelf. (Johannes 5:18).
Als dus God alleen onsterfelijkheid heeft
en Jezus dit van zichzelf zegt dit te hebben is Hij of een leugenaar
of God. In de tekst waar Jezus dat zegt zegt Hij nog meer over zijn
wezen waaruit blijkt dat Hij Zichzelf als God bekend maakt aan het volk.
En daarom wilden de Joden Jezus
vervolgen, omdat Hij deze dingen op sabbat deed. Maar Hij antwoordde
hun: Mijn Vader werkt tot nu toe en ik werk ook. Hierom dan trachtten
de Joden des te meer Hem te doden, omdat Hij niet alleen de sabbat
schond, maar ook God zijn eigen Vader noemde en Zich dus met God gelijkstelde.
Jezus dan antwoordde en zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg
u, de Zoon kan niets doen van Zichzelf, of Hij moet het de Vader zien
doen; want wat deze doet, dat doet ook de Zoon evenzo. Want de Vader
heeft de Zoon lief en toont Hem al wat Hij zelf doet, en Hij zal Hem
grotere werken tonen dan deze, opdat gij u verwondert. Want gelijk
de Vader de doden opwekt en doet leven, zo doet ook de Zoon leven,
wie Hij wil. Want ook de Vader oordeelt niemand, maar heeft het gehele
oordeel aan de Zoon gegeven, opdat allen de Zoon eren gelijk zij de
Vader eren. Wie de Zoon niet eert, eert ook de Vader niet, die Hem
gezonden heeft. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie mijn woord hoort
en Hem gelooft, die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven en komt
niet in het oordeel, want hij is overgegaan uit de dood in het leven.
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, de ure komt en is nu, dat de doden naar
de stem van de Zoon van God zullen horen, en die haar horen, zullen
leven. Want gelijk de Vader leven heeft in Zichzelf, heeft Hij ook
de Zoon gegeven leven te hebben in Zichzelf. (Johannes 5:18).
In de dingen die Jezus zegt stelt Hij zich gelijk aan God. Hem is het
oordeel van de Vader gegeven Jezus heeft zo zegt Hij zelf net als de Vader
en, in tegenstelling tot de scheping leven in Zichzelf en geeft het aan
wie Hij wil. Daaruit blijkt dat Jezus de zelfde autoriteit en macht heeft
als de Vader. Het is ondenkbaar dat God dit aan Jezus zou toevertrouwen
als Hij een schepsel van een andere orde als Hijzelf zou zijn. De ervaring
met de cherub Lucifer heeft toch geleerd dat elk schepsel ontrouw kan
worden aan God. Met deze cherub viel tevens een derde deel van de engelen
en later zelfs de hele mensheid in de zonde (Jes. 28:14-16 en Openb. 12:4
Gen 3). Waarom zou God dan aan een schepsel van een andere orde dan Hijzelf
dezelfde eer en het oordeel en leven geven in zichzelf zoals Hij dat heeft?
Schepping
In het getuigenis van Johannes (hoofdstuk één) zien we
ook een verwijzing van de drieéénheid als hij zegt dat
niemand God ooit heeft gezien. In het verhaal van het paradijs in genesis
3 staat nl dat God met Adam en Eva in de hof wandelde. Als dan niemand
God ooit heeft gezien moet dit Christus zijn geweest. Immers Christus
is wel gezien.
In de schepping van de hemel en aarde komt
ook de drieëenheid van God tot uitdrukking.
In den beginne schiep God de hemel en de aarde. De aarde nu was woest
en ledig, en duisternis lag op de vloed, en de Geest Gods zweefde
over de wateren. En God zeide: Er zij licht; en er was licht.
Hfst 1:26-27 En God zeide: Laat
Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis, opdat zij heersen
over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over het
vee en over de gehele aarde en over al het kruipend gedierte, dat
op de aarde kruipt. En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods
beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen.
Opmerkelijk is ook dat als God de mens schept
naar zijn beeld hij een man een een vrouw schept. Niet alleen een man
(de Vader) maar ook een vrouw (Christus als dienaar van de Vader (Jonhannes
)) die toch weer één vlees worden
hfst 1: 20 En de mens gaf namen aan al het
vee, aan het gevogelte des hemels en aan al het gedierte des velds,
maar voor zichzelf vond hij geen hulp, die bij hem paste. 21* Toen deed
de Here God een diepe slaap op de mens vallen; en terwijl deze sliep,
nam Hij een van zijn ribben en sloot haar plaats toe met vlees. 22*
En de Here God bouwde de rib, die Hij uit de mens genomen had, tot een
vrouw, en Hij bracht haar tot de mens. 23* Toen zeide de mens: Dit is
nu eindelijk been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees; deze zal
`mannin' heten, omdat zij uit de man genomen is. 24* Daarom zal een
man zijn vader en zijn moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en zij
zullen tot een vlees zijn.
Hier is al iets te zien van de drieéénheid
van God. De vrouw die uit de man “geboren” wordt, en uit wie
de rest (van de mensen) geboren/geschapen zijn. De man en vrouw die twee
aparte personen zijn die elkaar nodig hebben om compleet te worden en
ook na gemeenschap te hebben gehad één vlees zijn. De vrouw
die al is ze uit de man “geboren/genomen” is niet minder mens
dan de man. Zo is ook Christus uit wie alle dingen geschapen zijn niet
minder God dat de Vader uit wie Hij is.
Een andere tekst vinden
we in Johannes 1
in den beginnen was het woord en
het woord was bij God en het woord was God ... in het Woord was leven
... alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen
ding geworden dat geworden is
verder in Johannes 1:
niemand heeft God ooit gezien
maar de ening geboren Zoon die aan de boezem van de Vader is heeft
hem doen kennen.
Dat door het “Woord” (Christus
(Openbaringen 19)) alle dingen geschapen zijn staat ook in Kolosenzen.
“Hij is het beeld van de onzichtbare God de eersgeborenen van
de ganse schepping, want in Hem zijn alle dingen geschapen die in de
hemel en op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare” en
verder “want het heeft de ganse Volheid behaagd om in Hem woning
te maken en door Hem vrede gemaakt hebbend door het bloed van zijn kruis
alle dingen weder met zich te verzoenen”
Zo wordt duidelijk dat God alle dingen door
Christus heeft geschapen. God sprak en Christus schiep. Zoals in Korinthe
hoofdstuk 8 staat dat :
Er geen God is dan één . Er is maar één
God de Vader, uit wie alle dingen zijn en tot wie wij zijn en één
Here Jezus Christus door wie alle dingen zijn en wij door Hem.
Nu zal een Jehovagetuige zeggen zie je wel
dat er maar één God is en dat Jezus niet dezelfde is als
de Vader omdat er staat dat er één God de Vader is. Een
Christen zal opgrond van deze tekst zeggen dat dit pleit voor de eenheid
van God en het begrip drieéénheid als opgrond van andere
teksten kan worden vastgesteld dat de Vader en de Zoon één
zijn. Bovendien staat er niet dat er maar één God is nl.
de Vader, er staat dat er maar één God de Vader is. Hij
uit wie alle dingen zijn. Het zal duidelijk zijn dat ik hiermee niet wil
pleiten voor meergodendom maar voor duidelijkheid omtrent deze tekst.
Engel des Heren
Ditzelfde geld ook voor de verschijning
van de Engel des Heren. Als Hagar met Ismaël bij Abraham vandaan wegvlucht en Ismaël
dreigt te bezwijken in de woestijn, verschijnt haar deze Engel. Als Hij
spreekt doet Hij dat namens zichzelf als zijnde God.
En de Engel des Heren trof haar
aan bij een waterbron in de woestijn, bij de bron aan de weg naar
Sur. En Hij zeide: Hagar, slavin van Sarai, vanwaar komt gij en waarheen
gaat gij? En zij zeide: Ik ben op de vlucht voor mijn meesteres Sarai.
En de Engel des Heren zeide tot haar: Keer naar uw meesteres terug
en verneder u onder haar hand. En de Engel des Heren zeide tot haar:
Ik zal uw nageslacht zeer talrijk maken, zodat het vanwege de menigte
niet geteld kan worden. (Gen 16:7)
Ditzelfde zien we ook als Abraham Isaäk
zou offeren. De Engel des Heren spreekt hem dan aan het niet te doen:
Maar de Engel des Heren riep tot
hem van de hemel en zeide: Abraham, Abraham! En hij zeide: Hier ben
ik. En Hij zeide: Strek uw hand niet uit naar de jongen en doe hem
niets, want nu weet Ik, dat gij godvrezend zijt, en uw zoon, uw enige,
Mij niet hebt onthouden. Gen 22:11
De Engel des Heren zegt dan ook Ik weet
dat u uw zoon Mij niet hebt onthouden.
Ook dan spreekt de Engel des Heren Mozes
de brande braamstruik ziet. Hieruit spreekt ook de Engel des Heren als
God zelf.
Daar verscheen hem de Engel des
Heren als een vuurvlam midden uit een braamstruik. Hij keek toe, en
zie, de braamstruik stond in brand, maar werd niet verteerd. Mozes
nu dacht: Laat ik toch dat wondere verschijnsel gaan bezien, waarom
de braamstruik niet verbrandt. Toen de Here zag, dat hij het ging
bezien, riep God hem uit de braamstruik toe: Mozes, Mozes! En hij
antwoordde: Hier ben ik. (Ex. 3:2)
De Heilige
Geest
Heilige Geest is de Geest van Jezus die nog niet de gemeente kon neerdalen
zolang Jezus niet was opgevaren.
Laat de gezindheid bij u zij die
ook bij Christus Jezus was die in de gestalte Gods zijnde het goden
gelijk zijnde niet als een roof heeft geacht maar zich ontledigt heeft
en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen en aan de mensen
gelijk is geworden. En in zijn uiterlijk als een mens bevonden heeft
hij zich ontledig en is gehoorzaam geworden tot de dood ja tot de
dood aan het kruis. Daarom heeft God hem uitermate verhoogd en hem
een naam gegeven boven alle. Opdat in de naam van Jezus zich elke
knie zal buigen van hen die in de hemel en op de aarde en onder de
aarde zijn dat Jezus is Here tot eer van God de Vader. Filippenzen
4:11
Zo lezen we ook in de eerste
brief van Johannes
Want drie zijn er, die getuigen
in de hemel: de Vader het Woord, en de Heilige Geest; en deze drie
zijn een. 1Joh.5:7
Dit vers is weggelaten uit de “Nieuwe
wereld vertaling”.
De Zeven Geesten van God
Een ander verschijnsel waarom wij met ons menselijk beperkingen
en logica in verstand van Gods eigenheid te kort schiet is het feit dat
in Openbaring 4 wordt gesproken over de zeven geesten van God. Als we
al moeite hebben om te begrijpen hoe God zich in drie personen openbaard
wat moeten we dan hiermee? Om dat te begrijpen moeten we het oude testament
bestuderen. We zien dan in de tabernakel de zevenarmige kandelaar voor
Gods troon (tabernakel). Deze kandelaar was gedreven uit een stuk van
30 kg goud. De zeven lampen die erop brandde lieten hun licht op de voorkant
van de kandelaar zelf vallen. De brandstof van deze kandelaar was olie
uit gestoten olijven en het vuur was het vuur dat uit de hemel was neergedaald
om de offers bij de inwijding van de tabernakel te ontsteken. Olie is
het symbool van de Heilige Geest en het vuur uit de hemel was Gods vuur.
Zo zien we dat de ogenschijnlijk zeven verschillende vurige fakkels die
de zeven Geesten van God voorstellen toch uit een stuk zijn en “branden”
op de zelfde brandstof en zijn ontbrand met hetzelfde Goddelijke vuur.
Zo moet ook de drieëenheid van God worden gezien. Voor het oog en
in in eerste instantie lijkt het een paradox tot we het begrijpen.
Werken van geloof
Het belangrijkste verschil zit in de persoon van Christus.
En dan nog concreter in het verschil in visie over zijn God zijn en het
plaatsvervangend sterven van Hem.Kort gezegd komt het erop neer dat Jehovagetuigen
niet geloven dat geloof in Jezus offer alleen, voldoende is voor de verzoening
van alle zonden. Het “geloof” zoals dat in de bijbelvertalingen
van de kerken staat is in (hun) “nieuwe wereldvertaling” vertaald
in “geloofsbeoefening”.
Voegen goede “werken” iets toe aan het offer
van Christus waar het gaat om de vraag of wij geredt zijn?
Dit is een lastig punt omdat hier gemakkelijk een patstelling
kan worden bereikt als het om de vraag gaat wat die werken dan zijn.
Niemand zal willen beweren dat het onnodig is om werken te doen overeenkomstig
het geloof. De gemeente te Rome worstelde ook al met deze vraag. Paulus
schrijft hierover:
Wat zullen wij dan zeggen? Mogen wij bij de zonde blijven, opdat
de genade toeneme? Volstrekt niet! Immers, hoe zullen wij, die
der zonde gestorven zijn, daarin nog leven? Of weet gij niet,
dat wij allen, die in Christus Jezus gedoopt zijn, in zijn dood
gedoopt zijn? Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de
dood, opdat, gelijk Christus uit de doden opgewekt is door de
majesteit des Vaders, zo ook wij in nieuwheid des levens zouden
wandelen. Want indien wij samengegroeid zijn met hetgeen gelijk
is aan zijn dood, zullen wij het ook zijn met hetgeen gelijk
is aan zijn opstanding; dit weten wij immers, dat onze oude mens
medegekruisigd is, opdat aan het lichaam der zonde zijn kracht
zou ontnomen worden en wij niet langer slaven der zonde zouden
zijn; want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde. Indien
wij dan met Christus gestorven zijn, geloven wij, dat wij ook
met Hem zullen leven, daar wij weten, dat Christus, nu Hij uit
de doden is opgewekt, niet meer sterft: de dood voert geen heerschappij
meer over Hem. Want wat zijn dood betreft, is Hij voor de zonde
eens voor altijd gestorven; wat zijn leven betreft, leeft Hij
voor God. Zo moet het ook voor u vaststaan, dat gij wel dood
zijt voor de zonde, maar levend voor God in Christus Jezus. Laat
dan de zonde niet langer als koning heersen in uw sterfelijk
lichaam, zodat gij aan zijn begeerten zoudt gehoorzamen, en stelt
uw leden niet langer als wapenen der ongerechtigheid ten dienste
van de zonde, maar stelt u ten dienste van God, als mensen, die
dood zijn geweest, maar thans leven, en stelt uw leden als wapenen
der gerechtigheid ten dienste van God. (Rom. 6:1)
Daar is geen woord Frans bij. Het gaat dan
ook niet zozeer over de vraag of Christenen in tegenstelling tot de
Jehovagetuigen vinden of ze goede werken moeten doen, het gaat om de
vraag wat voegen deze goede werken toe aan hun behoudenis. Kun je nadat
je wederomgeboren bent, iets toevoegen of afdoen aan de prijs die Jezus
door zijn sterven in jou plaats. Nee! Zoals Paulus hierover wederom
tegen de Romeinen zegt:
Want ik ben
verzekerd, dat noch dood noch leven, noch engelen noch machten, noch
heden noch toekomst, noch krachten, noch hoogte noch diepte, noch
enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke
is in Christus Jezus, onze Here. (Romeinen 8:38-39)
Wat kunnen wij hier dan van zeggen?
Hebben werken dan helmaal niets meer te betekenen? Welzeker! Paulus
zegt hierover tegen de christenen te Korinthe:
Daarom zijn wij te allen tijde vol goede moed, ook al weten wij,
dat wij, zolang wij in het lichaam ons verblijf hebben, ver van de
Here in den vreemde zijn (want wij wandelen in geloof, niet in aanschouwen)
maar wij zijn vol goede moed en wij begeren te meer ons verblijf
in het lichaam te verlaten en bij de Here onze intrek te nemen. Daarom
stellen wij er een eer in, hetzij thuis, hetzij in den vreemde, Hem
welgevallig te zijn. Want wij moeten allen voor de rechterstoel van
Christus openbaar worden, opdat een ieder wegdrage wat hij in zijn
lichaam verricht heeft, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij
kwaad. Daar wij dan weten, hoezeer de Here te vrezen is, trachten
wij de mensen te overtuigen; voor God echter is ons bedoelen openbaar
en, naar ik hoop, is het ook in uw geweten openbaar. . (2Korinthiërs
5:10)
Wij moeten dus wel degelijk
voor de rechterstoel van Christus verantwoorden wat wij in ons
leven hebben verricht. Maar is wederom de vraag zullen die werken
welke we dan met ons “meedragen” invloed hebben op de “weegschaal” waarop
valt af te lezen of we wel of niet toegang krijgen tot het paradijs?
Nee! Paulus zegt ook hierover dat Jezus het fundament is waarop
wij onze (goede) werken bouwen:
Want een ander fundament, dan dat er ligt, namelijk Jezus Christus,
kan niemand leggen. Is er iemand, die op dit fundament bouwt met
goud, zilver, kostbaar gesteente, hout, hooi, of stro, ieders werk
zal aan het licht komen. Want de dag zal het doen blijken, omdat
hij met vuur verschijnt, en hoedanig ieders werk is, dat zal het
vuur uitmaken. Indien het werk, dat hij erop gebouwd heeft, standhoudt,
zal hij loon ontvangen, maar indien iemands werk verbrandt, zal hij
schade lijden, doch hij zelf zal gered worden, maar als door vuur
heen. (1Korinthiërs
3:11-15)
De nutteloze werken zullen dan wel waardeloos
kunnen zijn, hij zelf zal wel gered worden. Al is het door vuur heen.
De verschijning voor de troon van Christus waarover Paulus spreekt is
ook niet de troon waar we over lezen in Openbaring 20:11. Zij die daarvoor
staan worden geoordeeld opgrond van hun werken. (Op 20:14) Allen die
wiens naam niet staat in het “boek des levens” worden geworpen
in de poel des vuurs (Op. 20:15). Dus niet opgrond van hun werken worden
die mensen behouden maar opgrond van het staan geschreven in het boek
des levens. Er staat ook van geen van de mensen die worden beoordeeld
opgrond van hun werken welke in de boeken stonden geschreven dat ze
werden behouden.
Hierover zegt de Paulus dan ook als eens toegewijd ijveraar voor de
wet.
Wij, geboren Joden, en geen zondaars uit de heidenen, wetende, dat de
mens niet gerechtvaardigd wordt uit werken der wet, maar door het geloof
in Christus Jezus, zijn ook zelf tot het geloof in Christus Jezus gekomen,
om gerechtvaardigd te worden uit het geloof in Christus en niet uit
werken der wet. Want uit werken der wet zal geen vlees gerechtvaardigd
worden. Maar indien wij, trachtende in Christus gerechtvaardigd te worden,
ook zelf zijn gebleken zondaars te zijn, staat Christus dan in dienst
der zonde? Volstrekt niet. Immers, indien ik hetgeen ik afgebroken heb,
weder opbouw, bewijs ik daardoor, dat ik zelf een overtreder ben. Want
ik ben door de wet voor de wet gestorven om voor God te leven. Met Christus
ben ik gekruisigd, en toch leef ik, dat is, niet meer mijn ik, maar
Christus leeft in mij. En voor zover ik nu nog in het vlees leef, leef
ik door het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich
voor mij heeft overgegeven. Ik ontneem aan de genade Gods haar kracht
niet; want indien er gerechtigheid door de wet is, dan is Christus tevergeefs
gestorven. Gal 2:15-21
Het gaat er dus om dat onze naam wordt ingeschreven
in dat boek dat wordt genoemd het “Boek des Levens”. Dat
boek wordt ook wel eens het “burgerlijk wetboek van het koninkrijk
van God” genoemd. Immers de enige manier om hierin te worden bijgeschreven
is door (weder) geboorte. wij kunnen er geen plaats in verdienen door
goed gedrag maar door voor de aarde te sterven door met Christus gekruisigd
te zijn, zodat wij ook met Hem kunnen leven op de nieuw aarde. Nu is
dit praktisch natuurlijk niet haalbaar omdat wij niet net als Jezus
weer tot leven kunnen komen. Maar daarvoor is ons dan de doop gegeven.
Zie hierover ook eerder. Door onder te gaan in het water belijden we
eigenlijk te sterven en door op te staan te leven in Christus. Daar
om zal iemand zich pas laten dopen als hij beseft dat hij een zondaar
is, nadat hij God zijn zonden heeft beleden Hem heeft gevraagd hem te
redden van de dood die volg op de zonde en de zekerheid heeft ontvangen
van God dat hij ook door het sterven van Christus gered is van het oordeel
over de zonde.
Wie heeft de betrouwbaarste Bijbel?
Maar wie heeft dan de meest betrouwbare Bijbelvertaling
en is het dan toch niet zo dat de kerk, zoals de Jehovagetuigen zeggen,
de Bijbel vals hebben vertaalt om hun eigen theologische inzichten er
door te drukken.
Nu zullen alle Bijbelvertalers in hun beperkingen en als “kind
van hun tijd” de teksten die in een andere tijd met een ander
referentiekader zijn geschreven soms hebben vertaalt naar hun eigen
inzichten. Toch is het onmogelijk om een soort samenzwering te bewerken
om alle vertalers door de eeuwen heen te laten samenwerken om consequent
dergelijke vertalingsfouten te kunnen doorvoeren. Immers de meeste van
de vandaag levende (dikwijls ongelovige) deskundigen van de antieke
talen zouden dit er zo uit halen. Velen van hen zijn in een gelovigen
en hebben er dus ook geen enkel belang bij deze mogelijke “samenzwering”.
Sterker nog veel van de vroegere theologische opponenten die hun eigen
vertaling hebben uitgegeven, zoals de Katholieke bijbelstichting en
de Lutherse vertaling hebben geen probleem om de drieëenheid en
het volkomen offer voor de zonde uit te leggen. Veeleer is er reden
om aan te nemen dat een groep die na meer dan 1800 jaar in eens met
afwijkende inzicht en daarbij passende bijbelvertaling op het toneel
verschijnt te wantrouwen. Een groep die de hele kerk, vanaf de kerkvaders
en de reformatoren die dikwijls hun leven hebben gegeven om Gods woord
de Bijbel, zonder voorbehoud tot zijn recht te laten, tot leugenprofeten
veroordeelde. Een kerk waar misschien veel fouten zijn gemaakt en zelfs
de gelovigen heeft verboden in de Bijbel te lezen, maar uit respect
voor dat Woord de oudste handschriften heeft gehanteerd bij de vertaling.
Uit angst voor verkeerde interpretatie mocht gedurende de middeleeuwen
de Bijbel niet eens uit het Latijn worden vertaalt. Als zo’n groep
het “Wachttorengenootschap” dan met een ander evangelie
komt dan dat wat de apostelen hebben gepredikt, moet ik altijd aan de
woorden van Paulus denken in de brief aan de Galaten als hij zegt:
Het verbaast mij, dat gij u zo schielijk van degene, die u door de genade
van Christus geroepen heeft, laat afbrengen tot een ander evangelie,
en dat is geen evangelie. Er zijn echter sommigen, die u in verwarring
brengen en het evangelie van Christus willen verdraaien. Maar ook al
zouden wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie verkondigen,
afwijkend van hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt! Gelijk
wij vroeger reeds gezegd hebben, zeg ik thans nog eens: indien iemand
u een evangelie predikt, afwijkend van hetgeen gij ontvangen hebt, die
zij vervloekt! (Gal 1:6-9)
Tot slot
Aanleiding voor dit schrijven is
mijn behoefte om een duidelijk antwoord te geven aan de verschillende
Jehovagetuigen die zo nu en dan aan mijn deur verschijnen. Dikwijls
heb ik er dan eenvoudig geen tijd voor om lang met hen van gedachte
te wisselen. Ik heb mij gezien de omvang en de complexiteit van het
onderwerp moeten beperken maar hoop op deze manier voldoende van de
Bijbel zelf aan het woord te hebben gelaten dat zij zullen inzien dat
de weg van het Wachttorengenootschap niet de weg van Jezus is en dat
hoe belangrijk goede daden ook zijn zij nooit de basis kunnen vormen
voor onze behoudens voor het komende oordeel. Deze basis is alleen in
het plaatsvervangend sterven van de Schepper zelf opdat Hij ons zou
loskopen van de satan tot zijn eigen bezit. Aan dat loskopen kunnen
wij niets toevoegen. We mogen er dankbaar voor zijn en dit uiten in
goede werken. We kunnen hier echter niet in roemen (Efeze 2:8-10) omdat
deze werken zelf op geen enkele manier iets toevoegen. Ze zijn een (misschien
noodzakelijk) gevolg maar geen aandeel in onze verlossing van de zonde.
Immers geen enkele vader verlangt van zijn kinderen dat zij hun plaats
in het huis verdienen. Als zij zich gedragen zoals het hen betaamt in
het huis van hun vader zal het toch niet in hen opkomen om te zeggen
dat zij met hun gedrag hun aanwezigheid in dat huis verdienen. Als hierop
gereageerd zou worden met te stellen dat een kind het zo bond kan maken
dat hij het huis uit wordt gezet, kan hier op gezegd worden dat we inderdaad
niet verplicht zijn om in het huis van de Vader te wonen.
Tot slot een aantal vragen
Als de Bijbel zoals zij zeggen centraal staat bij hen, waarom gaan ze
dan niet naar een orthodoxe kerk en waarom hebben zij dan een eigen vertaling.
De meeste christenen hebben er geen moeite mee om verschillende vertalingen
door elkaar heen te gebruiken om een ander licht te laten schijnen als
zij worstelen met een tekst. Jehovagetuigen zullen dat alleen doen in
het bijzijn van christenen. Als dan de Bijbel zo centraal en belangrijk
is voor hen waarom noemen ze zich dan “getuigen van Jehova”
en niet in navolging van de nieuwtestamentische gelovigen “Christenen”
(Handelingen 11:26, 26:28 1Petrus 4:16).. Immers Jezus zegt tegen zijn
volgelingen voor Hij naar de hemel opvaart dat ze zijn getuigen zullen
zijn.(Handelingen 1:8)
©Kees_Middelbeek
|