Speedboot

Op een van mijn wandelingen door de stad van de zomer hoorde ik tegen de onderkant brug waar ik overheen liep, het diepe gebrom van een zware speedbootmotor weerkaatsen. Het bijna 6 meter lange kingsize racemonster met de, naar ik schat 250, klaarstaande paardenkrachten welke onder mij vandaan geschoven kwam, was duidelijk niet in zijn element in de smalle grachtjes van de stad. Ze wilde er vandoor. De boot leek de kapitein te smeken de gashandel open te gooien.

Aan alles kon je zien en horen dat het een ooit een schip moet zijn geweest waar veel geld voor was betaald: de lengte, het roestvrij staal en chroombeslag, de afwerking en de fraaie lijn, leken het gevaarte zo uit de ooit populaire serie Miami Vice vandaan te hebben getransporteerd.

Als oud watersporter deed het beeld mij wel wat en dat zat mij toch ook wel een beetje dwars. Vroeger was ik namelijk een echte zeiler. In de kringen van 'echte zeilers' waren speedboten fout. Speedboten waren voor patsers: stadsjongens die ook zo nodig het water op wilden maar de strijd tegen de elementen niet aankonden en nu met een krat bier op hun achterdek anderen lastig vielen met hun grote golven. Met een 'speetboot varen was autorijden op zee' zo hielden wij elkaar voor.

Toch konden wij de kick die het gaf bij het onder controle houden van de snelle rubberboten van de watersportvereniging, als we de boeien moesten uitzetten voor een zeilwedstrijd, niet ontkennen. Het gebulder en de acceleratie van nog maar 50 pk op een rubberspeedboot deed ons bloed ongewild sneller stromen. Stiekem wilde ik best wel eens een rondje met zo'n boot meevaren.

Maar er was iets aan de hand met het tafereel in de gracht. Zelfs ondanks het feit dat het al donker aan het worden was, of misschien juist wel daarom, zag het er allemaal niet zo fris uit. De boot was nog ouder dan de genoemde serie: de ooit hagelwitte romp was grauw; het chroomwerk had zijn glans verloren en de schipper had, ondanks zijn juiste outfit, een ongure uitstraling. De boot was vuil. Rommel zwierf door de kuip. Zelfs de plek in de stad waar de boot werd afgemeerd was niet in de beste wijk van de stad. Het hele tafereel deed mij onwillekeurig al snel denken aan de smokkelaars die met snelle speedboten van Columbia naar Florida over steken. Nu zal dat nog wel niet zo'n vaart lopen in de Leidse grachten, maar toch, het beeld was totaal omgekeerd aan dat van de luxe die het hoort uit te stralen.

Als de schipper mij had gevraagd een rondje mee te gaan had ik mij zeker achter mijn principiële argumenten verscholen en hem duidelijk gemaakt dat 'mijn soort mensen' liever sportief over het water zeilt. Opmerkelijk dat een verwaarloosd luxe schip een onaantrekkelijk ding wordt, zelfs voor mensen die weten van de schoonheid die erin besloten ligt.

Nu kom ik uit een gezin waarvan de kinderen altijd alles meenden te moeten opknappen. Mijn zus trouwde met een man die oude, traditionele zeilschepen weer in de vaart bracht en zowel ikzelf als mijn broer hebben vele uren in vooroorlogse woningen geklust om ze weer mooi te maken.

Wij zijn niet de enigen die de schoonheid van vroeger tijden wel kunnen waarderen. Belangrijke delen van het centrum van Leiden zijn door particulieren aan de slopershamer ontsnapt die hun laatste spaargeld staken in het opknappen van het verleden.

Zou er ook zoiets aan de hand zijn met de kerk? De kerk wordt in de Bijbel als het Nieuwe Jeruzalem getoond als een stad die haar gelijke niet heeft in glans en kostbaarheid. Hoe kan het dan dat er nagenoeg geen mensen te interesseren zijn om hun laatste geld uit te geven om hun huisje daar te bouwen. Is haar schoonheid verdord, zijn haar witte kleren vuil en is haar glans dof geworden?

De sardius is een mooie rode edelsteen waar de stad Sardes naar is genoemd. Jezus zei ooit tegen de kerk daar dat hun glans dof was geworden en dat ze zich moesten bekeren! Hij zei dat ze zich moesten bedenken hoe het evangelie glansde toen ze het ontvangen hadden, dat ze wakker moesten worden en zich bekeren want anders zou hij hen als een dief in de nacht overvallen.

Weet je, Jezus komt inderdaad spoedig terug! Maar zelfs al zou het nog enkele tientallen jaren duren, dan nog moeten wij heel wat puin ruimen om onze geestelijke stad van de slopershamer te redden. We zullen nog veel en hard moeten werken om de omstanders met de glans van het koninkrijk en het diepe geluid van onze Geestelijke krachtbron te kunnen imponeren zodat ze mee willen varen.

Kees_Middelbeek

Columns

Deze columns staan
elke maand in het
kerkblad van de
Baptistengemeente
in Leiden.
Je mag ze vrij gebruiken
voor je eigen
(kerk)blad. Laat het
als je wilt even weten.

Archief

 

Mail lijst

Als je wil zet ik je op de
maillijst. Stuur dan even
je emailadres.