Kreeft Wat er nu precies mis ging weet ik niet maar op een of andere manier bleken alleen de stekelbaarsjes genoegen te nemen met mijn kunstig aan de haak gepriegelde regenworm. Het vinden van regenwormen was overigens altijd het eerste probleem als we weer eens uit vissen gingen. Ondanks dat ze in grote aantallen onder het maaiveld moesten zitten en ze toch niet al te snel zijn, wisten de meeste toch altijd op tijd weg te komen als we ze op het spoor waren. Hadden we eenmaal voldoend levend aas dan bungelden deze roze tussendoortjes zo lang voor de neus van menig vis dat deze verdronken. Hun bewegingsloze lijfjes die een vreemde kleur grauw grijs kregen maakten ze als aas ongeschikt en werden daarom vervangen voor een smakelijker exemplaar. Toch lukte het soms wel eens om iets anders van de haak te krijgen dan alleen de verdronken worm, ook al waren het meestal ondervoede stekelbaarsjes en niet de grote karpers. Dat moment gaf dan altijd het gevoel van opwinding waar het om begonnen was. De spartelende vis die boven kwam had zo zijn eigen idee over die opwinding en haalde toch altijd weer opgelucht adem als ik hem onthaakte en terugwiep. Dit onthaken was wel eens een probleem. Ik kan mij het tragische lot van een van de baarsjes levendig voor de geest halen waarbij de haak zo diep was doorgeslikt dat deze er met ingewanden en al weer uit kwam. Sommige dingen moet je misschien gewoon blijven doen. Zodra je ermee stopt ontwent het zo snel dat je er niet meer aan wil. Dit was met mij, behalve bij het verschonen van luiers ook met vissen het geval. Niet zo lang geleden moest ik iemand assisteren die wilde gaan vissen. Ik moet eerlijk zeggen, ik stond daar met die worm in mijn linker en de haak in mijn rechterhand. In gedachte zag ik, louter voor de lol van de visser, de grote ijzeren haak het tere huidje en de flinterdunne ingewanden van het wormpje aan stukken rijten om of een verdrinkingsdood te ondergaan of te worden verscheurd tussen de krachtige kaken van een vis. Wie verzint er nu zoiets als hobby? Ik besloot dat ik even iets moest gaan halen en ben niet meer terug gekomen. Ik weet het, ik ben een watje geworden. Dit soort visioenen heb ik ook bij een groothandel waar ik regelmatig kom. Ze verkopen daar levende kreeft. Deze zitten met elkaar in een grote bak met een elastiekje om hun klauwen. Telkens als ik in die bak kijk denk ik aan het lot van die vriendelijke beestjes, die geen mens ooit kwaad hebben gedaan. Levend zullen zij worden geworpen in een bak met kokend water. Wat is er toch met mij. Elke dag worden er in de bio-industrie een miljoen kuikens uitgebroed, werd mij onlangs op de radio verteld en de meeste van die beestjes hebben een beroerde toekomst. Maar als ik één kreeft zie van wie ik weet dat die in een pan kokend water wordt geworpen dan doet mij dat wat. Ik zou ze wel willen kopen en weer los willen laten. Nu is dat geen optie omdat ik er het noch het geld voor heb, noch het probleem mee oplos. Bovendien zouden de scharen van de krachtige kreeften, als ze geen elastiekje om hun klauw hadden, mijn hand nog verwonden. De reden waarom die dieren mij vervullen met sentiment is mij wel duidelijk. Een miljoen kuikens is een getal. De kreeft kan ik zien. Die heeft een gezicht. Hetzelfde heb ik ook met mensen. Weet je, aan het eind van de tijd staan alle doden voor Gods troon en worden alle mensen die niet geschreven zijn in het boek van het leven, geworpen in de poel van vuur. Toch zeggen mij al die miljoenen mensen op een of andere lugubere manier niet zoveel als die paar die ik ken, mensen die nu nog zitten in de ‘bak’ tussen de anderen. Zonder dat ze zich bewust zijn van hun toekomst. Mensen voor mij met een gezicht. Deze mensen hebben geen elastiekjes om die hen belemmeren, en er staat zelfs Iemand naast de bak die ze er zo uit kan halen. Helaas willen velen van hen dat niet. Erger nog, ze zouden de Persoon die hen wil helpen ook daadwerkelijk aan zijn handen verwonden als Hij die ongevraagd zou uitsteken. Dat hebben hun voorgangers al eens gedaan. Wat een drama. Toch zegt Jezus, ‘volg Mij. Dan zal ik u vissers van mensen maken’. Jezus wil ons kreeftvissers maken die hun netten werpen in de bakken van de groothandel. Doen wij dat? Kees_Middelbeek |
|